Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0160

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De directeur heeft zich gebaseerd op het RAD dat de vondst van een wit, brokkelig poeder verpakt in cellofaan in een pot koffie beschrijft en het aanvullend onderzoek dat uitwees dat klager de enige celgenoot van de drie is die al eens koffie bestelde. Klager werd met deze bevinding geconfronteerd ter tuchtzitting. Ter tuchtzitting voerde klager geen geloofwaardige tegenindicaties aan. In zijn klacht stelt klager dat de pot koffie waarin het wit poeder werd aangetroffen (volgens klager een pot “Nescafé Select”) verschilt van de koffie die hij in het verleden bestelde (“oploskoffie”). De klachtencommissie stelt vast dat de schriftelijke stukken in het dossier geen verdere details bieden over de (soorten) koffie, doch merkt op dat Nescafé Select eveneens oploskoffie betreft. Bovendien haalde klager dit element ter tuchtzitting niet aan, zodat de directie er geen rekening mee kon houden. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte en aan klager toerekende.

De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 21 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.