Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0088

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur
STAKING – WANDELING - TEGEMOETKOMING

De klacht gaat over het niet voorzien van een wandeling tijdens de staking. In het geval van een (niet-spontane) staking dient de directie enkele rechten van gedetineerden te waarborgen. Zo wordt in de wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en het statuut van het penitentiair personeel bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden. Dat de directie de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft om bepaalde maatregelen te treffen, wordt ook hernomen in de Ministeriële Omzendbrief nr. 1819 van 24 februari 2020. De directie heeft dus wel degelijk de verantwoordelijkheid om de nodige maatregelen te treffen zodat de minimumgaranties ten aanzien van gedetineerden worden nageleefd. Dit werd bevestigd in de rechtspraak van de Nederlandstalige Beroepscommissie. Een klacht over het gebrek aan een wandeling op een stakingsdag betreft aldus een klacht inzake een verzuim van de directie om maatregelen te nemen. De klacht is volgens de klachtencommissie gericht tegen een verzuim van een beslissing die de individuele detentiesituatie van klager raakt. Dit zorgt ervoor dat het verzuim wel degelijk beklagwaardig is.

Dat de klachtencommissie in het verleden terecht niet meeging in het argument van de directie inzake niet-ontvankelijkheid, dat gestoeld is op het arrest van de Raad van State nr. 260.798 van 26 september 2024, werd door de Nederlandstalige Beroepscommissie recent op omstandige wijze bevestigd. De klacht werd bovendien tijdig ingediend. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie wijst erop dat hoewel het inrichtingshoofd in de gelegenheid werd gesteld om aan te tonen dat er eventueel sprake was van overmacht wat betreft het garanderen van de grondrechten tijdens een staking, zij nagelaten heeft om haar verweer over de gegrondheid van de zaak uit te werken. Hierdoor kan de klachtencommissie een eventuele overmachtssituatie niet nagaan. Het verzuim om in maatregelen te voorzien zodat klager op de stakingsdagen een uur in de buitenlucht kon vertoeven, is onwettig. De klacht is bijgevolg gegrond.

De klachtencommissie kent in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 15 belminuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.