Ga verder naar de inhoud

BC/26-0134

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel
STAKING - TEGEMOETKOMING

De beroepscommissie ontving een beroepschrift van het inrichtingshoofd en van klager . De klacht gaat over het feit dat de klager tijdens een staking in de gevangenis van Leuven-Centraal, geen uur in de buitenlucht heeft mogen vertoeven.Volgens het inrichtingshoofd had de klacht onontvankelijk verklaard moeten worden.
De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie de klacht in essentie ontvankelijk verklaarde, onder verwijzing naar de vaststaande rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie in gelijkaardige dossiers (BC/25-0153 tem- 0173 en BC/25-0198).
Het inrichtingshoofd citeert uit een uitspraak van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024. De klachtencommissie motiveerde in de bestreden beslissing nochtans waarom zij zich niet aansluit bij dit arrest van de Raad van State, nu de beroepscommissie daar in de door de klachtencommissie geciteerde beroepsrechtspraak uitgebreid is op ingegaan.
In afwachting van de beslechting van dit rechtspunt door de Nederlandstalige Raad van State, verklaarde klachtencommissie de klacht dan ook terecht ontvankelijk onder verwijzing naar deze rechtspraak van de beroepscommissie.

Wat betreft de tegemoetkoming, stelt de beroepscommissie vooreerst vast dat klager in zijn initiële klacht reeds een vroeg om 2x60 belminuten. De klachtencommissie motiveerde in haar uitspraak niet uitdrukkelijk waarom zij slechts 2X15 belminuten als tegemoetkoming bepaalde. Nochtans voerde de directie in het kader van dit dossier geen betwisting omtrent de door klager gevraagde compensatie.
Er is volgens de beroepscommissie voorts geen redelijke verklaring waarom de klachtencommissie opteert voor 15 minuten als standaard in plaats van 60 minuten, nu zoals klager aanvoert, inderdaad 60 minuten wandeling werden ontnomen.
Bovendien verwijst klager thans naar een uitspraak van dezelfde klachtencommissie van 20 januari 2026, waarin, aldus niet in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak, wel 60 minuten werden opgelegd voor één wandeling.
Bij de beoordeling van de vraag welke tegemoetkoming moet worden toegekend, moet in het bijzonder zoveel als mogelijk worden gestreefd naar een tegemoetkoming die op een passende wijze erkenning inhoudt van het nadeel dat de klager heeft ondergaan.
De beroepscommissie verklaart het beroep van klager dan ook gegrond en hervormt de tegemoetkoming naar een belkrediet van 60 minuten, hetgeen de beroepscommissie passend voorkomt rekening houdend met het feit dat klager 60 minuten buitenlucht werd ontnomen.