KC16/26-0069
Non fondée
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BEZOEK
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie om de aanvraag voor tafel-en familiaal bezoek tussen klager en zijn partner niet goed te keuren.
Over het tafelbezoek: de klachtencommissie meent dat er geen geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen. De directie heeft o.a. niet verduidelijkt in welke mate mevrouw tijdens haar functie als PBA in de inrichting meerdere grenzen overschreed. Bovendien zouden mevrouw en klager elkaar pas zien in de bezoekerszaal, waar het bewakend personeel het nodige toezicht verschaft.
De directie heeft ook niet verduidelijkt waarom het glasbezoek geen passende oplossing zou bieden. De klachtencommissie besluit dan ook dat de beslissing niet werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet. De beslissing is onwettig. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing. De klachtencommissie bepaalt, in toepassing van artikel 158, §3, 2° van de Basiswet, dat haar uitspraak in de plaats treedt. Dit wil zeggen dat het tafelbezoek tussen klager en mevrouw wordt toegelaten.
Over het familiaal bezoek: zoals de wet voorziet, mag de directie nagaan of er een potentieel gevaar bestaat voor de veiligheid, zonder te hoeven afwachten of zich daadwerkelijk incidenten voordoen. Gezien de aard van de veroordelingen en de onzekerheid rond de relationele dynamieken van klager, acht de klachtencommissie het redelijk dat familiaal bezoek voorlopig wordt geweigerd in afwachting van verdere evaluatie. Daarbij is van belang dat het psychosociaal onderzoek nog niet is afgerond en er geen inzicht is in de mate waarin klager zijn gedrag heeft aangepast sinds zijn veroordeling. De weigering van het ongestoord bezoek werd bovendien schriftelijk genomen en met redenen omkleed. De motivering voldoet aan de vereisten van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie om de aanvraag voor tafel-en familiaal bezoek tussen klager en zijn partner niet goed te keuren.
Over het tafelbezoek: de klachtencommissie meent dat er geen geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen. De directie heeft o.a. niet verduidelijkt in welke mate mevrouw tijdens haar functie als PBA in de inrichting meerdere grenzen overschreed. Bovendien zouden mevrouw en klager elkaar pas zien in de bezoekerszaal, waar het bewakend personeel het nodige toezicht verschaft.
De directie heeft ook niet verduidelijkt waarom het glasbezoek geen passende oplossing zou bieden. De klachtencommissie besluit dan ook dat de beslissing niet werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet. De beslissing is onwettig. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing. De klachtencommissie bepaalt, in toepassing van artikel 158, §3, 2° van de Basiswet, dat haar uitspraak in de plaats treedt. Dit wil zeggen dat het tafelbezoek tussen klager en mevrouw wordt toegelaten.
Over het familiaal bezoek: zoals de wet voorziet, mag de directie nagaan of er een potentieel gevaar bestaat voor de veiligheid, zonder te hoeven afwachten of zich daadwerkelijk incidenten voordoen. Gezien de aard van de veroordelingen en de onzekerheid rond de relationele dynamieken van klager, acht de klachtencommissie het redelijk dat familiaal bezoek voorlopig wordt geweigerd in afwachting van verdere evaluatie. Daarbij is van belang dat het psychosociaal onderzoek nog niet is afgerond en er geen inzicht is in de mate waarin klager zijn gedrag heeft aangepast sinds zijn veroordeling. De weigering van het ongestoord bezoek werd bovendien schriftelijk genomen en met redenen omkleed. De motivering voldoet aan de vereisten van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht ongegrond.