BC/26-0228
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
BEZOEK
Het inrichtingshoofd heeft een beroep en schorsingsverzoek ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij de klacht van klager over de weigering van een gewoon (tafel)bezoek met zijn partner (een ‘andere bezoeker’ in de zin van art. 59, § 2 Basiswet) ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De klachtencommissie stelde haar beslissing ook in de plaats en bepaalde dat het bezoek werd toegelaten. De voorzitter van de beroepscommissie heeft het schorsingsverzoek van het inrichtingshoofd afgewezen.
Ten gronde hekelt het inrichtingshoofd vooreerst dat de klachtencommissie haar beslissing in de plaats heeft gesteld, omdat zij niet over alle nodige informatie beschikte. In het beroepschrift beschikt de beroepscommissie, die opnieuw oordeelt in graad van beroep over de initiële klacht, wel over een actuele stand van zaken in het geding, o.a. door het recente hoormoment in het kader van het schorsingsverzoek. Dat de klachtencommissie haar beslissing in de plaats heeft gesteld en niet de directie heeft opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen, kan in dit dossier niet leiden tot de gegrondverklaring van het beroep.
Vervolgens bestaat er geen betwisting dat de bezoeker een gerechtvaardigd belang heeft. De beroepscommissie bevestigt dat er geen (voldoende concrete) individuele aanwijzingen worden gegeven waaruit blijkt dat het bezoek de handhaving van de orde of veiligheid in gevaar kan brengen. Het inrichtingshoofd voert nog aan dat er voldoende alternatieven bestaan (bv. telefonisch contact, virtueel bezoek en briefwisseling). De beroepscommissie wijst er echter op dat, wanneer de voorwaarden voor bezoek vervuld zijn, het (tafel)bezoek een recht is voor een gedetineerde. De directeur heeft in zo een geval geen discretionaire bevoegdheid om het bezoek alsnog af te wijzen, bijvoorbeeld omdat er alternatieven bestaan. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Het inrichtingshoofd heeft een beroep en schorsingsverzoek ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij de klacht van klager over de weigering van een gewoon (tafel)bezoek met zijn partner (een ‘andere bezoeker’ in de zin van art. 59, § 2 Basiswet) ontvankelijk en gegrond werd verklaard. De klachtencommissie stelde haar beslissing ook in de plaats en bepaalde dat het bezoek werd toegelaten. De voorzitter van de beroepscommissie heeft het schorsingsverzoek van het inrichtingshoofd afgewezen.
Ten gronde hekelt het inrichtingshoofd vooreerst dat de klachtencommissie haar beslissing in de plaats heeft gesteld, omdat zij niet over alle nodige informatie beschikte. In het beroepschrift beschikt de beroepscommissie, die opnieuw oordeelt in graad van beroep over de initiële klacht, wel over een actuele stand van zaken in het geding, o.a. door het recente hoormoment in het kader van het schorsingsverzoek. Dat de klachtencommissie haar beslissing in de plaats heeft gesteld en niet de directie heeft opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen, kan in dit dossier niet leiden tot de gegrondverklaring van het beroep.
Vervolgens bestaat er geen betwisting dat de bezoeker een gerechtvaardigd belang heeft. De beroepscommissie bevestigt dat er geen (voldoende concrete) individuele aanwijzingen worden gegeven waaruit blijkt dat het bezoek de handhaving van de orde of veiligheid in gevaar kan brengen. Het inrichtingshoofd voert nog aan dat er voldoende alternatieven bestaan (bv. telefonisch contact, virtueel bezoek en briefwisseling). De beroepscommissie wijst er echter op dat, wanneer de voorwaarden voor bezoek vervuld zijn, het (tafel)bezoek een recht is voor een gedetineerde. De directeur heeft in zo een geval geen discretionaire bevoegdheid om het bezoek alsnog af te wijzen, bijvoorbeeld omdat er alternatieven bestaan. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.