Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0161

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur
REKENINGEN - TERMIJN

Klager beklaagt zich over het gegeven dat de boekhouding hem, ondanks herhaaldelijke vraag, geen rekeninguittreksel bezorgt. De klachtencommissie stelt uit de overgemaakte Telio-berichten vast dat klager, élke keer hij hierom vroeg, een rekeninguittreksel ontving. Op zijn laatste vraag voorafgaand aan de indiening van de klacht, die van 30 april 2025 dateert, antwoordde de boekhouding dan ook “Wij hebben elke keer op uw aanvraag geantwoord, het rekeninguittreksel zat steeds als bijlage. Ik zal u nógmaals een bezorgen, ditmaal op papier.” Volgens de klachtencommissie was er dan ook geen sprake van een verzuim in hoofde van de boekhouding. De klacht is ongegrond.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat de kost voor een nieuwe identiteitskaart tweemaal zou zijn afgehouden van zijn rekening. De klachtencommissie stelt vast dat de afhouding waarover klager zich beklaagt al dateert van 26 februari 2025. Klager stelde zijn klacht pas op 5 mei 2025 op. Hij diende zijn klacht aldus laattijdig in en voerde geen elementen aan ter verantwoording van deze laattijdige indiening. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat er 40% van zijn loon werd afgehouden voor de terugbetaling van sociale steun voor twee maanden die hij naar eigen zeggen nooit ontving. De klachtencommissie stelt op basis van het initieel overgemaakt rekeninguittreksel vast dat klager op 25 maart 2025 een sociale lening als aanvulling op zijn loon van maart 2025 ontving. Op basis van het bijkomend overgemaakte rekeninguittreksel van januari 2025 stelt de klachtencommissie vast dat klager op 27 januari 2025 een sociale lening als aanvulling op zijn loon van januari 2025 ontving. Volgens de klachtencommissie was er in het voorliggend dossier dan ook sprake van de terugvordering van een bedrag uitbetaald als sociale lening, dat klager wel degelijk verschuldigd was. Aangezien daarbij niet meer dan 40% werd afgehouden van het loon dat klager uitbetaald kreeg, werd artikel 104/1 Basiswet door de directie nageleefd. De terugvordering was aldus wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen gratis treinticket ontving. De klachtencommissie stelt op basis van het verweer vast dat het verkrijgen van een gratis treinticket een gunstmaatregel is waartoe de directeur kan beslissen. De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager allerminst duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager geeft niet aan óf hij de directie om deze gunst verzocht, wanneer dit het geval was en waarom hij meent dat de directie in gebreke bleef door hem dit te weigeren. De klacht is niet-ontvankelijk.