Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0118

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - PROPORTIONALITEIT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

Klager verblijft sinds september 2020 in detentie. Klager heeft in juni 2021 in de gevangenis van Dendermonde een toelating voor ongestoord bezoek met zijn niet-samenwonende vriendin gekregen. Aan de klachtencommissie werd meegedeeld dat de PSD van Dendermonde enkel de bezoekhistoriek van klager heeft nagekeken. Hieruit bleek dat mevrouw regelmatig op tafelbezoek kwam waardoor de PSD haar akkoord heeft gegeven voor het ongestoord bezoek. Voor zover de directie van Leuven – centraal kon nagaan, werd er geen verdere inschatting gemaakt op basis van dossiergegevens. In Dendermonde heeft klager 25 keer ongestoord bezoek ontvangen van mevrouw.

Klager werd op in mei 2022 overgeplaatst naar de gevangenis van Leuven – centraal, alwaar het ongestoord bezoek gewoon werd verder gezet. Vooraleer de toelating tot ongestoord bezoek werd ingetrokken, heeft klager nog 5 keer ongestoord bezoek gehad met zijn bezoekster in Leuven - centraal. Voor zover de directie kon nagaan, hebben er zich tijdens de bezoeken (tafelbezoek, virtueel en ongestoord bezoek) nooit incidenten voorgedaan. De directeur verwijst in haar motivatie voor de intrekking naar de recente veroordeling van klager voor ernstige feiten en naar zijn geschetst persoonlijkheidsprofiel in het strafdossier. Bijgevolg is de directie van mening dat de veiligheid van bezoekster onvoldoende kan gegarandeerd worden tijdens het ongestoord bezoek.

De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot intrekking van de toelating tot het ongestoord bezoek een onredelijke en onbillijke beslissing is. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in haar beslissing tot intrekking geen nieuwe, concrete en individuele aanwijzingen heeft aangehaald waarom de veiligheid van de bezoekster niet meer gegarandeerd kon worden terwijl mevrouw al 2 jaar op bezoek kwam en er nooit incidenten zijn geweest. De directie baseerde zich enkel op dossiergegevens uit het strafdossier, waaronder een verslag van een gerechtspsychiater, maar heeft geen rekening gehouden met het gedrag van klager tijdens zijn detentie. Hoewel de wet dit niet verplicht, had de directie een advies van de PSD kunnen vragen teneinde een zorgvuldige beoordeling te maken.

De klacht is gegrond.