Ga verder naar de inhoud

BC/22-0263

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - PROPORTIONALITEIT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

Hoewel het gerechtelijk verleden op zich geen wettelijke weigeringsgrond uitmaakt, stelt de beroepscommissie vast dat de motivering van de intrekking in het bijzonder gebaseerd is op een recente aanvulling van het strafdossier en het “geschetste persoonlijkheidsprofiel”, dat verder advies noodzaakt van de PSD.
Dat klager intussen veelvuldige incidentloze ongestoorde bezoeken genoot met zijn huidige partner en ook in het algemeen correct detentiegedrag vertoonde, dient te worden afgewogen tegen het geschetste persoonlijkheidsprofiel uit het strafdossier, om -op advies van de PSD- uit te maken of er al dan niet sprake is van een “contra-indicatie” in de zin artikel 59 §1, derde lid, 3° van de basiswet .
Deze afweging werd eerder niet gemaakt bij de initiële toekenning van het ongestoord bezoek door Dendermonde, bij gebreke aan volledig strafdossier. Bovendien is er ook sprake van een recente aanvulling van het strafdossier door het parket-generaal op 6 september 2022. De feiten uit de detentiefiche op grond waarvan de gevangenis van Dendermonde het ongestoord bezoek eerder toekende en de PSD destijds haar advies formuleerde, werden aldus in een ander daglicht geplaatst na de aanvulling van het strafdossier.
Deze vaststelling verantwoordt volgens de beroepscommissie de intrekkingbeslissing door de directeur van Leuven-Centraal, aangezien er minstens sprake is van een nieuwe “geïndividualiseerde aanwijzing” in de zin van artikel 59 §1 twee lid en CB nr. 107.
De klachtencommissie hechtte terecht belang aan het detentiegedrag van klager, maar kon dit niet zelf afwegen tegen het nieuw gekende, concrete feiten en persoonlijkheidsprofiel, dat in het bijzonder gewag maakt van een geleidelijk opgebouwde manipulatie van meerdere partners die slachtoffer werden van buitensporig geweld. De klachtencommissie verwees wel dienstig naar de mogelijkheid van een nieuw advies van de PSD “teneinde een zorgvuldige beoordeling te maken”. Aangezien een dergelijk advies van de PSD echter enkel vereist is bij de aanvraagprocedure , kon de intrekkingsbeslissing evenwel niet vernietigd worden bij gebreke daarvan.
Het beroep is dan ook gegrond. De beroepscommissie benadrukt evenwel dat de directe ter gelegenheid van een eventuele nieuwe aanvraag ongestoord bezoek van klager met de betrokken bezoekster, het actuele advies van de PSD dient in te winnen en rekening dient te houden met het positief detentiegedrag van klager. Het kan immers niet de bedoeling zijn klager automatisch en definitief uit te sluiten van zijn recht op ongestoord bezoek. Indien enkel het gerechtelijk verleden wordt meegenomen in deze afweging, zou dit immers de facto neerkomen op een automatische en onomkeerbare uitsluiting van daders van partnergeweld en zedenfeiten van ongestoord bezoek.