Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0147

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, allebei tuchtinbreuken van eerste categorie.

De klachtencommissie stelt vast dat klager zowel in zijn klacht als tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting de inbreuken niet ontkent. Zowel het bezit van een blokje hasj en een gsm heeft hij onmiddellijk toegegeven. Bijgevolg lijkt hij de tuchtinbreuken en het opleggen van een sanctie, niet
te betwisten. Klager meent echter dat de sanctie te lang is omdat hij opeenvolgend 51 dagen in afzondering zit, hetgeen het wettelijk maximum van 45 dagen overschrijft. De klachtencommissie beperkt haar onderzoek bijgevolg tot de wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting.

Klager heeft een algemene tuchtsanctie gekregen van dertig dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is dit maximumsanctie.
De tuchtsanctie is op zichzelf dus wettig. Klager meent echter dat de maximumtermijn van 45 opeenvolgende dagen ATV werd overschreven.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het tuchtregister van klager vast dat klager detuchtinbreuken heeft begaan tijdens een lopende ATV-sanctie van 21 dagen (van 23.10.2024 – 12.11.2024).

De klachtencommissie stelt aan de hand van de bestreden tuchtbeslissing vast dat de tuchtsanctie initieel inging op 06.11.2024 en zou eindigen op 05.12.2024. Deze berekening werd naderhand aangepast naar 14.11.2024 tot 13.12.2024. Volgens de klachtencommissie impliceert deze rechtspraak dat de techniek die de directie in het voorliggend dossier toepaste, namelijk meer dan 24u tussen de uitvoering van twee ATV-sancties laten zodat er geen sprake is van een “verlenging” in de zin van artikel 142 Basiswet, de enige mogelijke manier is om toch over te gaan tot sanctionering voor een inbreuk die tijdens een lopende ATV-sanctie werd gepleegd. Hiermee wordt volgens de klachtencommissie ook de bedoeling van de wetgever gerespecteerd om, gelet op het ingrijpend karakter van deze sanctie, tussen twee opeenvolgende afzonderingen in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte een “tijdsruimte” (lees: termijn) van ten minste 24 uren te laten.

De klachtencommissie meent niet dat het de bedoeling van de wetgever was om sanctionering van nieuwe tuchtinbreuken gepleegd tijdens een lopende ATV-sanctie compleet onmogelijk te maken. Bovenstaande door de directie toegepaste techniek niet aanvaarden zou immers een totale
vrijgeleide betekenen om tijdens een lopende ATV-sanctie nieuwe tuchtinbreuken te plegen. Volgens de klachtencommissie doorstaat de handelswijze van de directie, waarbij klager voor een tuchtinbreuk gepleegd tijdens een lopende ATV-sanctie, een nieuwe ATV-sanctie opgelegd krijgt die pas ingaat minstens 24 uur na afloop van de eerste ATV-sanctie, in principe de toets van de wettigheid.

De klachtencommissie is tenslotte van oordeel dat de opgelegde tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk is aangezien dit de twaalfde keer is dat klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd wordt voor het bezit van drugs en een gsm. Klager lijkt bijzonder hardleers.
Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.