KC04/24-0216
Non fondée
Fondée
KC - Beveren
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Mesure provisoire
Disciplinaire
Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ORDEMAATREGEL - ONTSLAG
De klacht is viervoudig en betreft:
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
- een ordemaatregel
- een afzetting van werk
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie merkt op dat de motivering van de voorlopige maatregel zich beperkt tot het feit dat er drugs werden gevonden op klagers cel (een joint). Er wordt echter geen enkel individueel element aangehaald waaruit blijkt dat klagers gedrag de fysieke integriteit van personen in het gevaar brengt, dan wel de goede staat van roerende of onroerende goederen. Uit de motivering blijkt niet dat klager drugs tot zich had genomen of zich op één of andere manier agressief gedroeg, in welk geval zijn gedrag wél als een gevaar voor de interne veiligheid zou kunnen worden beschouwd. De klachtencommissie meent dan ook dat de feiten geen voorlopige maatregel rechtvaardigen.
2. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon beschouwen. De vaststelling uit het RAD van 17/7/2024 is duidelijk: er werd een joint teruggevonden op de monocel van klager. Het is niet onredelijk dat de directie het argument van klager – dat hij geframed werd – als ongeloofwaardig beschouwd.
3. De ordemaatregel
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden ordemaatregel werd genomen op basis van de verboden substanties die werden teruggevonden op klagers monocel. In de ordemaatregel wordt vermeld dat elke vorm van drugsbezit of -gebruik niet thuishoort op een open regime. De directie benadrukt tenslotte dat de beslissing tot mutatie werd genomen in het kader van veiligheidsredenen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat drugsgebruik en/of -bezit niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
4. De afzetting werk
Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager werd vervangen tijdens zijn tuchtsanctie. Dit gaat niet in tegen de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheid. Een gedetineerde mag tijdens zijn tucht namelijk niet werken. Dit staat uitdrukkelijk in dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheid. De klachtencommissie begrijpt dat de werkpost van fatik niet kan blijven open staan gedurende zeven dagen (de lengte van klagers tuchtsanctie). Het feit dat hij vervangen werd gedurende zijn tuchtsanctie is dan ook logisch. De dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheid stelt wél dat een definitieve beslissing pas genomen mag worden na afloop van de tuchtsanctie. Ook op dit vlak kan de directie niets verweten worden. Klager werd namelijk pas afgezet van zijn werk op 24/7/2024, de dag dat zijn tuchtsanctie afliep.
De klacht is viervoudig en betreft:
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
- een ordemaatregel
- een afzetting van werk
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie merkt op dat de motivering van de voorlopige maatregel zich beperkt tot het feit dat er drugs werden gevonden op klagers cel (een joint). Er wordt echter geen enkel individueel element aangehaald waaruit blijkt dat klagers gedrag de fysieke integriteit van personen in het gevaar brengt, dan wel de goede staat van roerende of onroerende goederen. Uit de motivering blijkt niet dat klager drugs tot zich had genomen of zich op één of andere manier agressief gedroeg, in welk geval zijn gedrag wél als een gevaar voor de interne veiligheid zou kunnen worden beschouwd. De klachtencommissie meent dan ook dat de feiten geen voorlopige maatregel rechtvaardigen.
2. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon beschouwen. De vaststelling uit het RAD van 17/7/2024 is duidelijk: er werd een joint teruggevonden op de monocel van klager. Het is niet onredelijk dat de directie het argument van klager – dat hij geframed werd – als ongeloofwaardig beschouwd.
3. De ordemaatregel
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden ordemaatregel werd genomen op basis van de verboden substanties die werden teruggevonden op klagers monocel. In de ordemaatregel wordt vermeld dat elke vorm van drugsbezit of -gebruik niet thuishoort op een open regime. De directie benadrukt tenslotte dat de beslissing tot mutatie werd genomen in het kader van veiligheidsredenen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel niet met een bestraffend oogmerk werd genomen, maar louter was ingegeven vanuit de overweging dat drugsgebruik en/of -bezit niet verenigbaar is met een (verder) verblijf op een open afdeling.
4. De afzetting werk
Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager werd vervangen tijdens zijn tuchtsanctie. Dit gaat niet in tegen de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheid. Een gedetineerde mag tijdens zijn tucht namelijk niet werken. Dit staat uitdrukkelijk in dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheid. De klachtencommissie begrijpt dat de werkpost van fatik niet kan blijven open staan gedurende zeven dagen (de lengte van klagers tuchtsanctie). Het feit dat hij vervangen werd gedurende zijn tuchtsanctie is dan ook logisch. De dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheid stelt wél dat een definitieve beslissing pas genomen mag worden na afloop van de tuchtsanctie. Ook op dit vlak kan de directie niets verweten worden. Klager werd namelijk pas afgezet van zijn werk op 24/7/2024, de dag dat zijn tuchtsanctie afliep.