Ga verder naar de inhoud

CP36/23-0282

Non fondée CP - Haren Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - CONTROLE BRIEFWISSELING - RESTRICTIEVE MAATREGELEN - VOORINGENOMENHEID

- Wat de controle op de briefwisseling, de beperking van de telefonie et het glasbezoek via ordemaatregel betreft

De directeur beperkte het recht op briefwisseling, telefonie en bezoek via een aparte ordemaatregel. Deze beperkingen behoren inderdaad niet tot het limitatief opgesomde arsenaal aan bijzondere veiligheidsmaatregelen in artikel 112 van de Basiswet. De directie kan deze rechten beperken overeenkomstig artikel 53-64 Basiswet.

Volgens de klachtencommissie is er in deze zaak dan ook voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van deze beperkingen (geïndividualiseerde aanwijzingen, controle noodzakelijk in het belang van de orde en veiligheid) door het duidelijk onderscheiden van de bijzondere veiligheidsmaatregelen.

- Wat de opsomming van de restrictieve maatregelen betreft

De klachtencommissie meent dat de directie in dit geval haar appreciatiebevoegdheid niet overschrijdt wanneer zij concludeert dat het gedrag van klager nog steeds een bedreiging kan vormen voor de orde en veiligheid en wanneer zij de maatregel oplegt.

Ook staat artikel 113 toe dat er beperkingen, die verschillend zijn van diegenen opgesomd in artikel 112, kunnen opgelegd worden op de contacten met de buitenwereld.

De Klachtencommissie is van oordeel dat gelet op de bovenstaande motivering van de directie de maatregelen niet onredelijk, noch onevenredig zijn. Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De maatregel blijft bestaan.

- Wat de vermeende vooringenomenheid betreft

In het verhoorverslag van 31 oktober 2023 leest men: "Directeur: Dit is op dit moment een verlof, dus ik zal waarschijnlijk nog een verlenging toestaan na deze en daarna voor een IBVR."

Vervolgens in het verhoor van 06 november 2023 leest men: "Directeur: (...) als het mogelijk zou zijn voor mij, dan zal ik geen vierde veiligheidsmaatregel installeren en dan maak ik een voorstel van een IBVR met de directeur-generaal." Volgens de klager geeft dit blijk van vooringenomenheid.

De klachtencommissie gaat akkoord met de directie: het gaat niet om een beslissing en de gevolgtrekkingen die de advocaat hieruit maakt zijn een ongefundeerde interpretatie. De klachtencommissie is van oordeel dat gelet op de bovenstaande motivering van de directie de maatregelen niet onredelijk, noch onevenredig zijn. Om bovenvermelde redenen is de klacht niet gegrond. De maatregel blijft bestaan.