BC/25-0287
Non fondée
Fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
BEZOEK
Klaagster heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij enerzijds een klacht over een ongestoord bezoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Op dit vlak bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie, aangezien het niet aannemelijk is dat klaagster hiervoor een aanvraag had gedaan. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Anderzijds heeft klaagster beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht over het niet-toekennen van een ‘binnenhuisbezoek’ ontvankelijk, maar niet gegrond werd verklaard. De beroepscommissie aanvaardt, zoals de klachtencommissie heeft beslist, dat het binnenhuisbezoek een gunst is en geen in de Basiswet voorzien recht. De beroepscommissie bevestigt in dezen ook de zeer ruime discretionaire marges van de directie van de gevangenis van Brugge. Het staat haar vrij om het binnenhuisbezoek dat zij in de gevangenis aanbiedt slechts toe te staan tussen bepaalde personen. Zij kan in dit kader zelf desgewenst regels uitwerken voor of voorwaarden verbinden aan het toekennen en/of intrekken van zo een bezoek. De directie heeft voor het toekennen van binnenhuisbezoek effectief zelf regels en voorwaarden bepaald. De beroepscommissie wijst erop dat deze echter enkel maar op sommige aanvraagformulieren worden vermeld, die niet algemeen in omloop zijn. De regels en voorwaarden zijn daarnaast uiterst vaag en voor verschillende interpretaties vatbaar. Gedetineerde personen die binnenhuisbezoek wensen, kunnen op basis hiervan onmogelijk inschatten of zij in aanmerking komen voor zo een bezoek, dan wel – zeker in het geval zij ‘partners’ zijn – wat zij moeten of in voorkomend geval kunnen doen om hiervoor in aanmerking te komen. Dat het binnenhuisbezoek een gunst is en de directie in dit kader over zeer ruime discretionaire bevoegdheden beschikt, betekent volgens de beroepscommissie evenwel niet dat er sprake kan zijn van willekeur of een gevaar daartoe. Indien de directie ervoor kiest om zelf regels en voorwaarden te verbinden aan binnenhuisbezoek (wat zij heeft gedaan), kan zij deze niet nu eens wel en dan weer niet toepassen en evenmin kan zij deze op een verschillende manier toepassen ten aanzien van gedetineerden die zich in gelijkaardige situaties bevinden. Het gebrek aan duidelijke regels en voorwaarden werkt een niet-eenvormige toepassing in de hand. Het dossier van klaagster en haar echtgenoot bevestigt dit. De beroepscommissie is er op basis van alle beschikbare informatie daarom niet van overtuigd dat de weigering van binnenhuisbezoek tussen klaagster en haar echtgenoot redelijk en billijk was. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk en gegrond.
Klaagster heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij enerzijds een klacht over een ongestoord bezoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Op dit vlak bevestigt de beroepscommissie de beslissing van de klachtencommissie, aangezien het niet aannemelijk is dat klaagster hiervoor een aanvraag had gedaan. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Anderzijds heeft klaagster beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht over het niet-toekennen van een ‘binnenhuisbezoek’ ontvankelijk, maar niet gegrond werd verklaard. De beroepscommissie aanvaardt, zoals de klachtencommissie heeft beslist, dat het binnenhuisbezoek een gunst is en geen in de Basiswet voorzien recht. De beroepscommissie bevestigt in dezen ook de zeer ruime discretionaire marges van de directie van de gevangenis van Brugge. Het staat haar vrij om het binnenhuisbezoek dat zij in de gevangenis aanbiedt slechts toe te staan tussen bepaalde personen. Zij kan in dit kader zelf desgewenst regels uitwerken voor of voorwaarden verbinden aan het toekennen en/of intrekken van zo een bezoek. De directie heeft voor het toekennen van binnenhuisbezoek effectief zelf regels en voorwaarden bepaald. De beroepscommissie wijst erop dat deze echter enkel maar op sommige aanvraagformulieren worden vermeld, die niet algemeen in omloop zijn. De regels en voorwaarden zijn daarnaast uiterst vaag en voor verschillende interpretaties vatbaar. Gedetineerde personen die binnenhuisbezoek wensen, kunnen op basis hiervan onmogelijk inschatten of zij in aanmerking komen voor zo een bezoek, dan wel – zeker in het geval zij ‘partners’ zijn – wat zij moeten of in voorkomend geval kunnen doen om hiervoor in aanmerking te komen. Dat het binnenhuisbezoek een gunst is en de directie in dit kader over zeer ruime discretionaire bevoegdheden beschikt, betekent volgens de beroepscommissie evenwel niet dat er sprake kan zijn van willekeur of een gevaar daartoe. Indien de directie ervoor kiest om zelf regels en voorwaarden te verbinden aan binnenhuisbezoek (wat zij heeft gedaan), kan zij deze niet nu eens wel en dan weer niet toepassen en evenmin kan zij deze op een verschillende manier toepassen ten aanzien van gedetineerden die zich in gelijkaardige situaties bevinden. Het gebrek aan duidelijke regels en voorwaarden werkt een niet-eenvormige toepassing in de hand. Het dossier van klaagster en haar echtgenoot bevestigt dit. De beroepscommissie is er op basis van alle beschikbare informatie daarom niet van overtuigd dat de weigering van binnenhuisbezoek tussen klaagster en haar echtgenoot redelijk en billijk was. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk en gegrond.