BC/24-0441
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - KLACHTENCOMMISSIE - BEVOEGDHEID
De klachtencommissie besliste terecht dat de vraag van de klager om het bewijs te krijgen dat de gevangenis daadwerkelijk zijn overbrenging naar de burgerlijke rechtbank had geregeld en dat, als dat bewijs niet kon worden voorgelegd, hem 5 euro wordt betaald voor de kosten van briefwisseling en telefoon naar onder andere de rechtbank, niet tot haar bevoegdheid behoort.
Het is niet van belang dat klagers rapportbriefje met de aanvraag voor de overbrenging naar de rechtbank niet bij de directie belandde. Die vraag werd immers behandeld door een medewerker van de griffie die onder gezag en verantwoordelijkheid van de directie, dus namens de directie, handelt. De directie blijft dus verantwoordelijk voor de beslissingen die de griffie van de gevangenis al dan niet neemt.
De beroepscommissie ziet echter geen reden om eraan te twijfelen dat de griffie van de gevangenis de vraag daadwerkelijk aan de dienst DAB (directie van de beveiliging van de federale politie) overmaakte. Er is dan ook op dit punt geen sprake van een verzuim door of namens de directie om te voorzien in de overbrenging. In zoverre de klager de directie zou verwijten dat niet het nodige werd gedaan om de overbrenging aan te vragen, zou de klacht niet gegrond zijn.
De beroepscommissie ziet evenmin reden om eraan te twijfelen dat het aan de dienst DAB te wijten is dat op die dag de gevraagde overbrenging niet plaatsvond. Het is algemeen bekend dat deze dienst door personeelsgebrek er niet in slaagt alle overbrengingen uit te voeren. Deze dienst zal wellicht geen prioriteit hebben willen geven aan de inleiding van een burgerlijke zaak voor de rechtbank. De dienst DAB is vreemd aan de gevangenis. De directie heeft er geen zeggenschap over. Een eventuele tekortkoming van deze dienst kan dan ook niet aan de directie worden verweten. De klachtencommissie verklaarde om die reden de klacht over de niet-overbrenging terecht niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie besliste terecht dat de vraag van de klager om het bewijs te krijgen dat de gevangenis daadwerkelijk zijn overbrenging naar de burgerlijke rechtbank had geregeld en dat, als dat bewijs niet kon worden voorgelegd, hem 5 euro wordt betaald voor de kosten van briefwisseling en telefoon naar onder andere de rechtbank, niet tot haar bevoegdheid behoort.
Het is niet van belang dat klagers rapportbriefje met de aanvraag voor de overbrenging naar de rechtbank niet bij de directie belandde. Die vraag werd immers behandeld door een medewerker van de griffie die onder gezag en verantwoordelijkheid van de directie, dus namens de directie, handelt. De directie blijft dus verantwoordelijk voor de beslissingen die de griffie van de gevangenis al dan niet neemt.
De beroepscommissie ziet echter geen reden om eraan te twijfelen dat de griffie van de gevangenis de vraag daadwerkelijk aan de dienst DAB (directie van de beveiliging van de federale politie) overmaakte. Er is dan ook op dit punt geen sprake van een verzuim door of namens de directie om te voorzien in de overbrenging. In zoverre de klager de directie zou verwijten dat niet het nodige werd gedaan om de overbrenging aan te vragen, zou de klacht niet gegrond zijn.
De beroepscommissie ziet evenmin reden om eraan te twijfelen dat het aan de dienst DAB te wijten is dat op die dag de gevraagde overbrenging niet plaatsvond. Het is algemeen bekend dat deze dienst door personeelsgebrek er niet in slaagt alle overbrengingen uit te voeren. Deze dienst zal wellicht geen prioriteit hebben willen geven aan de inleiding van een burgerlijke zaak voor de rechtbank. De dienst DAB is vreemd aan de gevangenis. De directie heeft er geen zeggenschap over. Een eventuele tekortkoming van deze dienst kan dan ook niet aan de directie worden verweten. De klachtencommissie verklaarde om die reden de klacht over de niet-overbrenging terecht niet-ontvankelijk.