Ga verder naar de inhoud

BC/24-0436

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur
GEZONDHEID - VOEDING - ZORGPLICHT - VERZUIM - ONTVANKELIJKHEID

Anders dan de klachtencommissie is de beroepscommissie van oordeel dat op ontvankelijke wijze beklag kan worden ingesteld wanneer de directie niet tegemoetkomt aan het recht op tandheelkundige verzorging.
De beschikbaarheid van gezondheidszorg maakt deel uit van de levensvoorwaarden in de gevangenis waarvoor de penitentiaire administratie verantwoordelijk is. Binnen de penitentiaire administratie wordt het bestuur van de gevangenis opgedragen aan het inrichtingshoofd van de gevangenis. Binnen de gevangenis staat het inrichtingshoofd samen met de directeurs in voor de uitvoering van de veroordelingen tot vrijheidsstraffen en de vrijheidsbenemende maatregelen. Op het inrichtingshoofd rust dan ook de verplichting de nodige maatregelen te nemen opdat, wanneer de medische dienst dit nodig acht, een gedetineerde de nodige geneeskundige, zo ook tandheelkundige verzorging krijgt, hetzij in de inrichting zelf, hetzij, wanneer dit niet mogelijk is, buiten de inrichting.
De omstandigheid dat het hoofdbestuur er niet in slaagt voldoende tandheelkundige verzorging binnen de inrichting zelf te organiseren, kan het recht van de gedetineerde op tandheelkundige verzorging niet aantasten. Budgettaire beperkingen, beperkte beschikbaarheid van zorgverleners of welke andere beperkingen ook, kunnen voor de penitentiaire administratie geen overmacht uitmaken. Voor zover de afwezigheid van tandheelkundige zorg binnen de inrichting te wijten is aan omstandigheden die de lokale directie zelf niet kan verhelpen, treft de lokale directie subjectief geen verwijt. Dit belet niet de vaststelling dat de penitentiaire administratie, waarvan de lokale directie ten aanzien van de gedetineerde de vertegenwoordiger is en tegen wie de gedetineerde zich alleen kan richten, niet in staat is tegemoet te komen aan de legitieme aanspraken van de gedetineerde.
Het rechtsmiddel van beklag kan overeenkomstig artikel 148 van de Basiswet niet alleen worden ingesteld tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen, maar ook tegen het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijk termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn. Een gedetineerde kan dan ook beklag doen tegen het verzuim of de weigering van de directie om een beslissing te nemen wanneer op de directie de verplichting rust tot het nemen van een beslissing. Een dergelijke verplichting kan bestaan wanneer, rekening houdend met alle omstandigheden, de directie een beslissing had moeten nemen om de rechten van de gedetineerde en een menswaardige detentie te waarborgen. De onmogelijkheid voor de lokale directie om de beslissing te nemen die noodzakelijk is om de rechten van de gedetineerde en een menswaardige detentie te waarborgen, om redenen die niet aan de lokale directie, maar wel aan de penitentiaire administratie – of ruimer, de uitvoerende macht – toe te rekenen zijn, verhindert niet de vaststelling dat de noodzakelijke beslissing is uitgebleven. Het was inderdaad de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om aan de gedetineerde het rechtsmiddel van beklag te geven die de gedetineerde moet toelaten hun rechtsbelangen te behartigen en de met de uitvoering van de straf of maatregel belaste instanties aan te spreken tot naleving van de zorgplichten die hun worden opgelegd ter realisering van legitieme aanspraken waaraan de gedetineerden niet zelf kunnen voldoen.
Hoewel de ontvankelijkheid van de klacht niet principieel uitgesloten is, is de beroepscommissie niet ervan overtuigd dat de klacht van de klager voldoet aan het vereiste dat concreet ten aanzien van hem de directie verzuimde de beslissing te nemen waartoe zij gehouden was. De klager stelde wel, overigens terecht, het ontbreken van tandheelkundige zorg in het algemeen aan de kaak. In die omstandigheden besluit de beroepscommissie dat de klacht, bij gebrek aan een concreet ten aanzien van hem begaan verzuim, niet-ontvankelijk is.
Op dezelfde gronden is de beroepscommissie, anders dan de klachtencommissie, van oordeel dat op ontvankelijke wijze klacht kan worden ingesteld wanneer de directie niet tegemoetkomt aan haar verplichting ervoor in te staan dat, zoals artikel 42 van de Basiswet bepaalt, de gedetineerde voldoende voedsel krijgt. Budgettaire beperkingen die aan de penitentiaire administratie worden opgelegd, kunnen niet eraan in de weg staan dat de klachtencommissie vaststelt dat de directie niet de nodige beslissingen neemt om ervoor te zorgen dat de gedetineerde voldoende voedsel krijgt. De omstandigheid dat de lokale directie in voorkomend geval geen subjectief verwijt treft omdat de toestand alleen haar oorsprong vindt in deze beperkingen die niet aan de lokale directie, maar aan de penitentiaire administratie – of ruimer, de uitvoerende macht – toe te rekenen zijn, verhindert dit niet.
De beroepscommissie leidt uit het antwoord van de directie af dat de porties van de maaltijden wellicht minder groot waren dan voordien, maar hieruit volgt nog niet dat de gedetineerden in de gevangenis van Hasselt niet voldoende voedsel krijgen. In haar jaarverslag kwam de commissie van toezicht niet tot de conclusie dat de onvoldoende uitrusting van de keuken en het ontoereikende budget meebrachten dat aan de gedetineerden onvoldoende voedsel ter beschikking werd gesteld. In ieder geval blijkt niet dat de klager het probleem van de beweerde ontoereikende porties aan de directie heeft gemeld en dat hij de directie verzocht op dit vlak ten aanzien van hem de nodige beslissingen te nemen. Om deze reden is ook deze klacht niet-ontvankelijk.