VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Ten aanzien van klager werd een voorlopige maatregel opgelegd in de vorm van een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte en de uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten die samen met een medegedetineerde plaatsvonden.
De klachtencommissie verklaarde de klacht ontvankelijk en gegrond en kende een tegemoetkoming van een pot tabak toe.
De beroepscommissie is van mening dat de motivering van de beslissing niet toelaat te beoordelen of de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de voorlopige maatregel worden gekwalificeerd als een ernstige opzettelijke aantasting van de interne veiligheid dan wel als een gevaar voor de orde en de veiligheid. Aan het onderscheid zijn belangrijke gevolgen gekoppeld, nu bij de toepassing van artikel 145, §1, tweede lid van de basiswet de maatregel tot het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte niet mogelijk is.
De beroepscommissie stelt vast dat ook de voorlopige maatregel tot uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke of individuele activiteiten aangekruist werd onder de kwalificatie 'gevaar voor de orde en de veiligheid'. Gelet op het feit dat de uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijk activiteiten in beide kwalificaties kan worden opgelegd, is de beroepscommissie van mening dat deze voorlopige maatregel wettelijk is. De beroepscommissie hervormt de beslissing van de klachtencommissie op dit punt en stelt haar beslissing in de plaats.
De beroepscommissie is van oordeel dat het toekennen van een pot tabak als tegemoetkoming niet aangewezen is en hervormt de tegemoetkoming naar het toekennen van 60 extra belminuten.
Het beroep is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Ten aanzien van klager werd een voorlopige maatregel opgelegd in de vorm van een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte en de uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten die samen met een medegedetineerde plaatsvonden.
De klachtencommissie verklaarde de klacht ontvankelijk en gegrond en kende een tegemoetkoming van een pot tabak toe.
De beroepscommissie is van mening dat de motivering van de beslissing niet toelaat te beoordelen of de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de voorlopige maatregel worden gekwalificeerd als een ernstige opzettelijke aantasting van de interne veiligheid dan wel als een gevaar voor de orde en de veiligheid. Aan het onderscheid zijn belangrijke gevolgen gekoppeld, nu bij de toepassing van artikel 145, §1, tweede lid van de basiswet de maatregel tot het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte niet mogelijk is.
De beroepscommissie stelt vast dat ook de voorlopige maatregel tot uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke of individuele activiteiten aangekruist werd onder de kwalificatie 'gevaar voor de orde en de veiligheid'. Gelet op het feit dat de uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijk activiteiten in beide kwalificaties kan worden opgelegd, is de beroepscommissie van mening dat deze voorlopige maatregel wettelijk is. De beroepscommissie hervormt de beslissing van de klachtencommissie op dit punt en stelt haar beslissing in de plaats.
De beroepscommissie is van oordeel dat het toekennen van een pot tabak als tegemoetkoming niet aangewezen is en hervormt de tegemoetkoming naar het toekennen van 60 extra belminuten.
Het beroep is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.