BC/24-0126
Non fondée
Beroepscommissie
Commission d'Appel
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - ARBEID
In dit dossier verklaart de beroepscommissie het beroep ontvankelijk, doch ongegrond. Ze bevestigt daarmee de beslissing van de klachtencommissie van Beveren met referentienummers KC04/24-0042 en KC04/24-0046, zij het op andere gronden.
Wat de tuchtbeslissing betreft, oordeelt de beroepscommissie dat de sanctie van 7 dagen niet werken rechtmatig is opgelegd op basis van de tuchtprocedure en dat de directeur de wettelijk voorgeschreven termijn van 7 dagen voor het voeren van deze procedure heeft gerespecteerd. De beroepscommissie stelt ook vast dat er geen voorlopige maatregel was opgelegd, waardoor de klager zijn werk heeft kunnen voortzetten tot de definitieve beslissing werd genomen.
Wat betreft de argumenten van klager over de aard van de werkzaamheden, de overeenkomst met de firma Poppe, en de rol van de getuige, concludeert de beroepscommissie dat deze elementen geen invloed hebben op de rechtmatigheid van de tuchtbeslissing. De directeur heeft de sanctie opgelegd op basis van de vaststellingen in het rapport en de verklaringen van een beëdigde ambtenaar. De beroepscommissie ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze vaststellingen.
Met betrekking tot het verlies van werk en de plaatsing op de wachtlijst na de sanctie, merkt de beroepscommissie op dat dit een voorzienbaar gevolg was van de tijdelijke afwezigheid van klager door de tuchtsanctie. De klachtencommissie stelde terecht dat de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregelen correct is nageleefd en dat de klager zich opnieuw op de wachtlijst voor werk moet inschrijven. De beroepscommissie beschouwt dit verlies van werk en de herplaatsing op de wachtlijst niet als een dubbele bestraffing maar als een logische administratieve consequentie van de tuchtsanctie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard.
In dit dossier verklaart de beroepscommissie het beroep ontvankelijk, doch ongegrond. Ze bevestigt daarmee de beslissing van de klachtencommissie van Beveren met referentienummers KC04/24-0042 en KC04/24-0046, zij het op andere gronden.
Wat de tuchtbeslissing betreft, oordeelt de beroepscommissie dat de sanctie van 7 dagen niet werken rechtmatig is opgelegd op basis van de tuchtprocedure en dat de directeur de wettelijk voorgeschreven termijn van 7 dagen voor het voeren van deze procedure heeft gerespecteerd. De beroepscommissie stelt ook vast dat er geen voorlopige maatregel was opgelegd, waardoor de klager zijn werk heeft kunnen voortzetten tot de definitieve beslissing werd genomen.
Wat betreft de argumenten van klager over de aard van de werkzaamheden, de overeenkomst met de firma Poppe, en de rol van de getuige, concludeert de beroepscommissie dat deze elementen geen invloed hebben op de rechtmatigheid van de tuchtbeslissing. De directeur heeft de sanctie opgelegd op basis van de vaststellingen in het rapport en de verklaringen van een beëdigde ambtenaar. De beroepscommissie ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze vaststellingen.
Met betrekking tot het verlies van werk en de plaatsing op de wachtlijst na de sanctie, merkt de beroepscommissie op dat dit een voorzienbaar gevolg was van de tijdelijke afwezigheid van klager door de tuchtsanctie. De klachtencommissie stelde terecht dat de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregelen correct is nageleefd en dat de klager zich opnieuw op de wachtlijst voor werk moet inschrijven. De beroepscommissie beschouwt dit verlies van werk en de herplaatsing op de wachtlijst niet als een dubbele bestraffing maar als een logische administratieve consequentie van de tuchtsanctie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard.