Ga verder naar de inhoud

BC/24-0119

Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK - ONTVANKELIJKHEID

De beslissing van de directeur die aan de bezoekster van de klager omwille van haar gedrag tijdens het bezoek gedurende een maand ‘glasbezoek’ oplegt, beperkt het recht van de klager op bezoek door zijn vriendin. De beslissing heeft dus wel degelijk op hem persoonlijk betrekking. Dat de beslissing werd genomen omwille van het gedrag van de bezoekster, is zonder belang (zie in die zin ook RvS 26 september 2024, nr. 260.797). De klacht tegen deze beslissing is dus ontvankelijk.
Het meldingsverslag geeft een coherent relaas van de omstandigheden waarin de bezoekster toegaf iets aan de ingang te hebben ontvangen om het aan de klager door te geven. Er is geen reden om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van het meldingsverslag dat werd opgesteld na de waarneming dat vermoedelijk iets werd doorgegeven. De verklaring, zoals in het meldingsverslag weergegeven, weegt zwaarder door dan de ontkenning, tijdens de zitting van de klachtencommissie, door de advocaat van de klager dat de bezoekster iets in die zin zou hebben gezegd. De opgelegde maatregel is in overeenstemming met de basiswet (artikelen 59, § , en 60, § 3) en niet onredelijk. Het beroep van het inrichtingshoofd is gegrond.