ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERINGSPLICHT
Het toewijzen van de beschikbare arbeid maakt een bevoegdheid uit van de directeur. Hoewel het verlies van werk in dit dossier samenhangt met de afwezigheid van klager door zijn tuchtsanctie, werd hij naar aanleiding van dat verlies van werk opnieuw op een wachtlijst gezet. De vaststelling van het verlies van werk en hiermee onlosmakelijk verbonden het opnieuw op de wachtlijst plaatsen van klager is een beslissing van de directeur, in de zin van art. 148 van de basiswet.
Iedere geïndividualiseerde beslissing moet natuurlijk ook gemotiveerd zijn in de zin van art. 8 van de basiswet. De gedetineerde moet aan de hand van de motivering kunnen afleiden waarom de beslissing juist genomen werd. In dit dossier is klager niet schriftelijk geïnformeerd van het verlies van werk en de beslissing om hem opnieuw op de wachtlijst te plaatsen. Er is dus geen enkel element om aan te tonen dat de beslissing gemotiveerd was en dat klager op de hoogte was van de beslissing en van de redenen waarom die beslissing genomen is. De beslissing voldoet daarom niet aan de motiveringsplicht van art. 8 van de basiswet. Het beroep van het inrichtingshoofd is ongegrond.
Het toewijzen van de beschikbare arbeid maakt een bevoegdheid uit van de directeur. Hoewel het verlies van werk in dit dossier samenhangt met de afwezigheid van klager door zijn tuchtsanctie, werd hij naar aanleiding van dat verlies van werk opnieuw op een wachtlijst gezet. De vaststelling van het verlies van werk en hiermee onlosmakelijk verbonden het opnieuw op de wachtlijst plaatsen van klager is een beslissing van de directeur, in de zin van art. 148 van de basiswet.
Iedere geïndividualiseerde beslissing moet natuurlijk ook gemotiveerd zijn in de zin van art. 8 van de basiswet. De gedetineerde moet aan de hand van de motivering kunnen afleiden waarom de beslissing juist genomen werd. In dit dossier is klager niet schriftelijk geïnformeerd van het verlies van werk en de beslissing om hem opnieuw op de wachtlijst te plaatsen. Er is dus geen enkel element om aan te tonen dat de beslissing gemotiveerd was en dat klager op de hoogte was van de beslissing en van de redenen waarom die beslissing genomen is. De beslissing voldoet daarom niet aan de motiveringsplicht van art. 8 van de basiswet. Het beroep van het inrichtingshoofd is ongegrond.