Ga verder naar de inhoud

BC/23-0111

Non fondée Fondée Beroepscommissie Commission d'Appel Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT - ONTSLAG- MOTIVERING

De klachtencommissie verwees terecht naar de (intussen) vaststaande rechtspraak van de beroepscommissie in verband met haar specifieke hervormingsbevoegheid om, wanneer een klacht tegen een tuchtbeslissing (gedeeltelijk) gegrond is bevonden, te bepalen binnen welke redelijke grens een tuchtsanctie behouden blijft.
Aangezien klager voor het overige bovendien tuchtrechtelijk onbesproken is sedert 2022, kon de klachtencommissie de tuchtsanctie in alle redelijkheid matigen tot een berisping.

Het feit dat het ontslag in deze het loutere de facto gevolg zou zijn van de tijdelijke afwezigheid van klager op het werk door een tuchtsanctie van 7 dagen ATV, doet niets af aan het feit dat klager kennis moet kunnen nemen van de concrete motieven waarom hij zijn werk in casu verliest. Hier anders over oordelen zou willekeur mogelijk maken, aangezien niet kan worden geverifieerd of het werk effectief niet meer beschikbaar was na deze periode, dan wel of er eigenlijk sprake is van een verdoken (dubbele) tuchtsanctie.
In zoverre het inrichtingshoofd wijst op de dienstnota van haar juridische dienst, wijst de beroepscommissie erop dat dit slechts interpretatieve richtlijnen zijn om haar discretionaire bevoegdheid ter zake af te lijnen. In zoverre het inrichtingshoofd wijst op de dienstnota van haar juridische dienst, wijst de beroepscommissie erop dat dit slechts interpretatieve richtlijnen zijn om haar discretionaire bevoegdheid ter zake af te lijnen. Op dit punt blijken deze richtlijnen evenwel onvoldoende rechtsbescherming te bieden. Bovendien ontslaat een dergelijke indicatieve richtlijn de betrokken overheid er niet van om ieder geval afzonderlijk te onderzoeken in het licht van de concrete gegevens van het dossier.
Het feit dat ook de basiswet zelf geen schriftelijke beslissing oplegt in deze hypothese, doet niets af aan de algemene geldigheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals de formele motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel.

De beslissing van de klachtencommissie dient evenwel te worden teruggedraaid, in zoverre zij de directie opdraagt om klager binnen de zeven dagen na de betekening van haar uitspraak te herstellen in zijn oorspronkelijke functie.
Hoewel de klachtencommissie uit artikel 158 §3 2° Basiswet de rechtsmacht put om te bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van een vernietigde beslissing, kan zij de directeur overeenkomstig het artikel 158 §3 1° - slechts opdragen om binnen een door haar bepaalde termijn, een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak. De klachtencommissie stelt zich op dit punt onterecht in de plaats van de directie door te oordelen dat klager zonder meer in zijn functie kan worden hersteld, terwijl zij juist zelf terecht aangeeft dat er een gemotiveerde beslissing moet worden genomen.