Ga verder naar de inhoud

BC/22-0145

Non fondée Beroepscommissie Commission d'Appel
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING

Hoewel de voorliggende beslissing tot fouillering op het lichaam gewag maakt van een “vermoeden dat er een gsm in de celruimte is”, wordt deze uiterst summiere motivering verder niet ondersteund door enige meer uitgebreide observatienota, rapport aan de directeur of ander dossierstuk, waaruit zou blijken dat klager iets trachtte te verbergen onder zijn kledij.
Uit niets blijkt bovendien dat dergelijk “vermoeden” daadwerkelijk bestaat. De redenen die aanleiding gaven tot dit vermoeden blijken alleszins niet uit de stukken van het administratief dossier.
Een niet geïndividualiseerd noch geconcretiseerd vermoeden kan geen individuele aanwijzing zijn die een fouillering op het lichaam zou rechtvaardigen. Hier anders over oordelen zou betekenen dat iedere gedetineerde tijdens de veiligheidsronde stelselmatig zou kunnen worden gefouilleerd op grond van “een vermoeden”.