TUCHT - VERTEGENWOORDIGING DOOR RAADSMAN - STRAFTOEMETING - TEGEMOETKOMING
Hoewel de Basiswet enkel uitdrukkelijk voorziet in een recht op bijstand door een raadsman, sluit deze het recht op vertegenwoordiging niet uit. Het inrichtingshoofd kan dan ook niet gevolgd worden wanneer zij stelt dat klager persoonlijk had moeten verschijnen voor de zitting van de klachtencommissie.
De uitspraak van de klachtencommissie is intern tegenstrijdig waar de motivering en het beschikkend gedeelte elkaar tegenspreken. Na te hebben vastgesteld dat de klachten - en beroepscommissie over een specifieke matigingsbevoegdheid beschikt, herbekijkt de beroepscommissie het klachtendossier vanuit haar volle rechtsmacht.
De beroepscommissie stelt enerzijds vast dat de directie ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de voorlopige maatregel van afzondering in de eigen cel, in weerwil van artikel 145 §3 van de Basiswet. Anderzijds had deze niet mogen worden opgelegd op grond van “een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid” (artikel 145 §1 lid 1) , nu achteraf bleek uit de camerabeelden dat de woorden uit het RAD sterk overdreven waren. De beroepscommissie vernietigt de tuchtbeslissing dan ook gedeeltelijk in de mate waarin de tuchtstraf op méér dan 6 dagen ATV werd bepaald.
Aangezien de klachtencommissie de directie reeds eerder hoorde over een mogelijke tegemoetkoming, beslist de beroepscommissie dat de twee videobelmomenten thans als tegemoetkoming moeten worden toegekend.
Hoewel de Basiswet enkel uitdrukkelijk voorziet in een recht op bijstand door een raadsman, sluit deze het recht op vertegenwoordiging niet uit. Het inrichtingshoofd kan dan ook niet gevolgd worden wanneer zij stelt dat klager persoonlijk had moeten verschijnen voor de zitting van de klachtencommissie.
De uitspraak van de klachtencommissie is intern tegenstrijdig waar de motivering en het beschikkend gedeelte elkaar tegenspreken. Na te hebben vastgesteld dat de klachten - en beroepscommissie over een specifieke matigingsbevoegdheid beschikt, herbekijkt de beroepscommissie het klachtendossier vanuit haar volle rechtsmacht.
De beroepscommissie stelt enerzijds vast dat de directie ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de voorlopige maatregel van afzondering in de eigen cel, in weerwil van artikel 145 §3 van de Basiswet. Anderzijds had deze niet mogen worden opgelegd op grond van “een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid” (artikel 145 §1 lid 1) , nu achteraf bleek uit de camerabeelden dat de woorden uit het RAD sterk overdreven waren. De beroepscommissie vernietigt de tuchtbeslissing dan ook gedeeltelijk in de mate waarin de tuchtstraf op méér dan 6 dagen ATV werd bepaald.
Aangezien de klachtencommissie de directie reeds eerder hoorde over een mogelijke tegemoetkoming, beslist de beroepscommissie dat de twee videobelmomenten thans als tegemoetkoming moeten worden toegekend.