KC39/26-0001
Non fondée
KC - Olen
Commission des plaintes
Autre décision directeur
CELMUTATIE
Klager dient klacht in omdat hij moet muteren van leefgroep.
De directie stelt in haar verweer dat zij de ontvankelijkheid van de klacht betwist aangezien het geen individuele beslissing betreft, maar een structurele en organisatorische beslissing die van toepassing is op alle bewoners van het detentiehuis. Hoewel klager een klacht indient tegen de algemene beslissing van de directie om op leefgroep 2 alle werkers samen te brengen om organisatorische redenen, hetgeen inderdaad een organisatorische beslissing betreft die van toepassing is op alle bewoners van het detentiehuis, blijkt uit de klacht duidelijk dat deze beslissing een individuele impact heeft op de rechten van klager. De klachtencommissie verwijst naar de rechtspraak van de beroepscommissie ter zake en stelt dat een gedetineerde klacht kan indienen voor zover een beslissing een individuele impact heeft op zijn rechten, ook al is dit ook het geval voor andere gedetineerden. De toewijzing van een gedetineerde aan een verblijfsruimte, dus ook een celmutatie, veronderstelt een beslissing die behoort tot de bevoegdheid van de directie. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
Een gedetineerde heeft niet het recht om zelf een verblijfsruimte te kiezen. Het is de directie die een verblijfsruimte toewijst aan de gedetineerde. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de Basiswet. Bijgevolg is de directie in principe vrij om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. De directie oefent dus een discretionaire bevoegdheid uit wanneer zij beslist om gedetineerden toe te wijzen aan een cel.
Uit het verweer van de directie blijkt dat deze mutatie het gevolg is van een ‘structurele en organisatorische beslissing in het belang van de goede werking van het detentiehuis en die betrekking heeft op alle bewoners van het detentiehuis’. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om klager als niet-werker te muteren naar een andere leefgroep, en de werkende bewoners samen te zetten in dezelfde leefgroep, niet onwettig, onredelijk of onbillijk was.
Klager dient klacht in omdat hij moet muteren van leefgroep.
De directie stelt in haar verweer dat zij de ontvankelijkheid van de klacht betwist aangezien het geen individuele beslissing betreft, maar een structurele en organisatorische beslissing die van toepassing is op alle bewoners van het detentiehuis. Hoewel klager een klacht indient tegen de algemene beslissing van de directie om op leefgroep 2 alle werkers samen te brengen om organisatorische redenen, hetgeen inderdaad een organisatorische beslissing betreft die van toepassing is op alle bewoners van het detentiehuis, blijkt uit de klacht duidelijk dat deze beslissing een individuele impact heeft op de rechten van klager. De klachtencommissie verwijst naar de rechtspraak van de beroepscommissie ter zake en stelt dat een gedetineerde klacht kan indienen voor zover een beslissing een individuele impact heeft op zijn rechten, ook al is dit ook het geval voor andere gedetineerden. De toewijzing van een gedetineerde aan een verblijfsruimte, dus ook een celmutatie, veronderstelt een beslissing die behoort tot de bevoegdheid van de directie. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
Een gedetineerde heeft niet het recht om zelf een verblijfsruimte te kiezen. Het is de directie die een verblijfsruimte toewijst aan de gedetineerde. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de Basiswet. Bijgevolg is de directie in principe vrij om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. De directie oefent dus een discretionaire bevoegdheid uit wanneer zij beslist om gedetineerden toe te wijzen aan een cel.
Uit het verweer van de directie blijkt dat deze mutatie het gevolg is van een ‘structurele en organisatorische beslissing in het belang van de goede werking van het detentiehuis en die betrekking heeft op alle bewoners van het detentiehuis’. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om klager als niet-werker te muteren naar een andere leefgroep, en de werkende bewoners samen te zetten in dezelfde leefgroep, niet onwettig, onredelijk of onbillijk was.