KC38/26-0017
Fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de dossierstukken. Daaruit blijkt dat er een rapport aan de directeur (RAD) werd opgemaakt omdat er tijdens een celcontrole in de cel van klager een verboden bruine substantie werd gevonden achter de afdichting van de koelkastdeur. Vervolgens heeft de directeur beslist om klager te plaatsen onder voorlopige maatregel. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager hierdoor de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. De klachtencommissie (en de beroepscommissie) is daarentegen van oordeel dat de loutere vondst van drugs, zonder dat er sprake is dat klager zich gedroeg alsof hij onder invloed was of zich dreigend opstelde, geen ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakt. De interne veiligheid is immers een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch in de motivering van de voorlopige maatregel, noch in het RAD wordt vermeld dat er een gevaar was voor de fysieke integriteit van klager zelf, het personeel of andere gedetineerden. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. De directie had een voorlopige maatregel kunnen nemen omdat zij vreesde voor de orde of de veiligheid. In dat geval had men klager bepaalde voorwerpen kunnen ontnemen, had men klager kunnen uitsluiten van bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten en had men klager zelfs kunnen observeren. Indien de situatie toch meer ingrijpende maatregelen vereiste, had men een nieuwe voorlopige maatregel kunnen nemen en kon men klager alsnog toewijzen aan zijn verblijfsruimte of onderbrengen in de beveiligde cel. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de dossierstukken. Daaruit blijkt dat er een rapport aan de directeur (RAD) werd opgemaakt omdat er tijdens een celcontrole in de cel van klager een verboden bruine substantie werd gevonden achter de afdichting van de koelkastdeur. Vervolgens heeft de directeur beslist om klager te plaatsen onder voorlopige maatregel. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager hierdoor de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. De klachtencommissie (en de beroepscommissie) is daarentegen van oordeel dat de loutere vondst van drugs, zonder dat er sprake is dat klager zich gedroeg alsof hij onder invloed was of zich dreigend opstelde, geen ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakt. De interne veiligheid is immers een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch in de motivering van de voorlopige maatregel, noch in het RAD wordt vermeld dat er een gevaar was voor de fysieke integriteit van klager zelf, het personeel of andere gedetineerden. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. De directie had een voorlopige maatregel kunnen nemen omdat zij vreesde voor de orde of de veiligheid. In dat geval had men klager bepaalde voorwerpen kunnen ontnemen, had men klager kunnen uitsluiten van bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten en had men klager zelfs kunnen observeren. Indien de situatie toch meer ingrijpende maatregelen vereiste, had men een nieuwe voorlopige maatregel kunnen nemen en kon men klager alsnog toewijzen aan zijn verblijfsruimte of onderbrengen in de beveiligde cel. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.