KC38/26-0005
Non fondée
Fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ARBEID - ONTSLAG
De klachten gaan over een voorlopige maatregel, een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de voorlopige maatregel: in de motivering van de voorlopige maatregel wordt niet vermeld dat klager de fysieke integriteit van personen had aangetast. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. Aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel niet opgelegd worden. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 5 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de aantasting van de psychische integriteit en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, blijkt.
De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 5 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 5 dagen ATV niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gelet op de omvang van de feiten en de maximumsanctie die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Over de afzetting van werk: de klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt voor de arbeidspost wordt beschouwd. Bovendien benadrukt de directie dat klager herhaaldelijk niet naar behoren gepresteerd heeft in de uitvoering van zijn werkzaamheden, ondanks eerdere waarschuwingen en gesprekken. De klachtencommissie besluit dan ook niet tot een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur (de hoorplicht). De beslissing tot afzetting van werk is niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klachten gaan over een voorlopige maatregel, een tuchtbeslissing en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Over de voorlopige maatregel: in de motivering van de voorlopige maatregel wordt niet vermeld dat klager de fysieke integriteit van personen had aangetast. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. Aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel niet opgelegd worden. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 5 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de aantasting van de psychische integriteit en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, blijkt.
De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 5 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 5 dagen ATV niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gelet op de omvang van de feiten en de maximumsanctie die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Over de afzetting van werk: de klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel schriftelijk motiveerde. Ook werd voldaan aan de vereiste dat de motivering moet toelaten dat de gedetineerde begrijpt waarom hij niet langer als geschikt voor de arbeidspost wordt beschouwd. Bovendien benadrukt de directie dat klager herhaaldelijk niet naar behoren gepresteerd heeft in de uitvoering van zijn werkzaamheden, ondanks eerdere waarschuwingen en gesprekken. De klachtencommissie besluit dan ook niet tot een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur (de hoorplicht). De beslissing tot afzetting van werk is niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.