Ga verder naar de inhoud

KC38/25-0054

Non fondée KC - Dendermonde-Hulp Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – SANCTIE - ATV

De klacht van klager betreft een tuchtrechtelijke sanctie, opgelegd wegens drie tuchtinbreuken van de tweede categorie, namelijk het beledigen van beambten, het herhaaldelijk negeren van bevelen en het veroorzaken van lawaaihinder. Klager stelt dat hij geen fout heeft begaan en wenst klacht in te dienen bij de politie.
De klacht heeft betrekking op een door de directie genomen beslissing ten aanzien van klager. Ze werd tijdig ingediend en is nauwkeurig omschreven. De klacht is dus ontvankelijk.
Uit het tuchtdossier blijkt dat de beslissing van de directie gebaseerd is op het rapport aan de directeur. Uit dit verslag blijkt dat klager riep naar een medegedetineerde, luide muziek afspeelde en in discussie ging met beambten die hem hierop aanspraken. Daarnaast verzette hij zich tegen een eerdere tuchtsanctie (ATV) en uitte hij beledigingen naar de directie en het gevangenispersoneel. Deze houding zette zich voort tijdens de tuchtzitting, waar hij de feiten niet ontkende en zich opnieuw neerbuigend uitliet over de personeelsleden. Aangezien de vaststellingen in het RAD uitvoerig en voldoende gedetailleerd zijn weergegeven, acht de klachtencommissie het aanvaardbaar dat de directie zich hierop heeft gesteund.
Gelet op de lopende ATV legde de directie een voorwaardelijke sanctie van één week ATV op. Aangezien de maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van tweede categorie vijftien dagen ATV bedraagt, is deze sanctie wettig. De klachtencommissie acht de sanctie, gelet op haar voorwaardelijk karakter, niet onredelijk of onbillijk.
De klachtencommissie besluit derhalve dat de klacht ongegrond is. De tuchtbeslissing blijft behouden.