KC38/25-0049
Fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie haalde klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (onhygiënische verblijfsruimte en uitspraken jegens directie) bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen (artikel 130, 6° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat de kwalificatie van het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen (artikel 130, 6° Basiswet) correct is en afdoende gemotiveerd werd. De klachtencommissie oordeelt dat de kwalificatie van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) niet correct is. De klachtencommissie leest geen belediging in het RAD van 21 augustus 2025. De uitspraak “Als de directrice hier is duw ik haar met haar hoofd in de wc pot!” maakt volgens de klachtencommissie wel de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) uit. De kwalificatie van de uitspraken jegens de directie als een inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet dient dan ook vervangen te worden door de kwalificatie als een inbreuk van artikel 129, 1° Basiswet.
Klager pleegde twee inbreuken van de tweede categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is, zeker gelet op het gegeven dat klager in feite gesanctioneerd had kunnen worden voor een inbreuk van de eerste categorie, waarvan de maximumsanctie 30 dagen ATV betreft (artikel 132, 3° Basiswet). De klacht is deels gegrond.
De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de kwalificatie van de feiten als een inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet. Deze kwalificatie dient vervangen te worden door de kwalificatie als een inbreuk van artikel 129, 1° Basiswet. De tuchtbeslissing blijft aldus overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 6° Basiswet, de motivering en de opgelegde en reeds ondergane sanctie.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie haalde klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (onhygiënische verblijfsruimte en uitspraken jegens directie) bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen (artikel 130, 6° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat de kwalificatie van het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen (artikel 130, 6° Basiswet) correct is en afdoende gemotiveerd werd. De klachtencommissie oordeelt dat de kwalificatie van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) niet correct is. De klachtencommissie leest geen belediging in het RAD van 21 augustus 2025. De uitspraak “Als de directrice hier is duw ik haar met haar hoofd in de wc pot!” maakt volgens de klachtencommissie wel de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) uit. De kwalificatie van de uitspraken jegens de directie als een inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet dient dan ook vervangen te worden door de kwalificatie als een inbreuk van artikel 129, 1° Basiswet.
Klager pleegde twee inbreuken van de tweede categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is, zeker gelet op het gegeven dat klager in feite gesanctioneerd had kunnen worden voor een inbreuk van de eerste categorie, waarvan de maximumsanctie 30 dagen ATV betreft (artikel 132, 3° Basiswet). De klacht is deels gegrond.
De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de kwalificatie van de feiten als een inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet. Deze kwalificatie dient vervangen te worden door de kwalificatie als een inbreuk van artikel 129, 1° Basiswet. De tuchtbeslissing blijft aldus overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 6° Basiswet, de motivering en de opgelegde en reeds ondergane sanctie.