Ga verder naar de inhoud

KC38/25-0036

Non fondée Fondée KC - Dendermonde-Hulp Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLERING - TUCHT - TEGEMOETKOMING

Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klachtencommissie is van mening dat deze motivering onvoldoende is voor een ingrijpende maatregel als de fouillering op het lichaam. De klachtencommissie stelt vast dat niet voldaan is aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. Nergens uit de motivering blijkt immers waarom een onderzoek aan de kledij in dit specifieke geval niet zou volstaan. Om deze reden is de klachtencommissie van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de fouillering op het lichaam onwettig was. De klachtencommissie vernietigt de fouillering op het lichaam. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van 30 belminuten aan klager.

Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten, oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. De rapporten aan de directeur vormen daarbij een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Klager werd geïdentificeerd door de opsteller van het RAD als degene die de beledigende woorden heeft uitgesproken. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Hoewel klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt dat hij niet zelf de beledigingen zou hebben uitgesproken, geeft hij wel toe dat hij er mee gelachen heeft. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.