KC38/25-0034
Fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING - SANCTIE
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 22 juni 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager bijzonder kortaf reageert als de chef hem aanspreekt. Nadat klager tegen de chef zegt dat hij groenten wilt eten en er ten gevolge daarvan geen kip voor hem apart werd gelegd, wordt hij boos. Wanneer hij er op wordt gewezen dat hij om groenten heeft gevraagd, wordt klager agressief, verheft zijn stem en begint te schelden tegen de chef en de andere aanwezigen. Ter tuchtzitting deed klager zijn kant van het verhaal. Hij betwist dat hij de chef “ouwe” heeft genoemd, maar erkent wel dat de zaken geëscaleerd zijn bij het ontvangen van zijn maaltijd. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) correct en afdoende gemotiveerd. Klager deed immers ongepaste uitspraken tegen het personeel. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) echter niet correct. De klachtencommissie leest in het RAD immers geen aanmaningen of bevelen die door klager niet gevolgd zouden zijn. Bovendien wordt er in de motivering ook niet hernomen waarop deze kwalificatie specifiek zou slaan. Volgens de klachtencommissie dient deze tuchtinbreuk geschrapt te worden.
Klager kreeg een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor twee tuchtinbreuken.Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143 §2 Basiswet). In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Zoals hierboven beschreven kon klager enkel gesanctioneerd worden voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie, zelfs indien deze enkel voor de inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet werd opgelegd, wettelijk en redelijk. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet), de motivering hiervan en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie van 7 dagen ATV.
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 22 juni 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager bijzonder kortaf reageert als de chef hem aanspreekt. Nadat klager tegen de chef zegt dat hij groenten wilt eten en er ten gevolge daarvan geen kip voor hem apart werd gelegd, wordt hij boos. Wanneer hij er op wordt gewezen dat hij om groenten heeft gevraagd, wordt klager agressief, verheft zijn stem en begint te schelden tegen de chef en de andere aanwezigen. Ter tuchtzitting deed klager zijn kant van het verhaal. Hij betwist dat hij de chef “ouwe” heeft genoemd, maar erkent wel dat de zaken geëscaleerd zijn bij het ontvangen van zijn maaltijd. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) correct en afdoende gemotiveerd. Klager deed immers ongepaste uitspraken tegen het personeel. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) echter niet correct. De klachtencommissie leest in het RAD immers geen aanmaningen of bevelen die door klager niet gevolgd zouden zijn. Bovendien wordt er in de motivering ook niet hernomen waarop deze kwalificatie specifiek zou slaan. Volgens de klachtencommissie dient deze tuchtinbreuk geschrapt te worden.
Klager kreeg een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor twee tuchtinbreuken.Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143 §2 Basiswet). In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Zoals hierboven beschreven kon klager enkel gesanctioneerd worden voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie, zelfs indien deze enkel voor de inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet werd opgelegd, wettelijk en redelijk. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet), de motivering hiervan en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie van 7 dagen ATV.