KC38/25-0033
Fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Klager werd onmiddellijk onder voorlopige maatregel geplaatst (beslissing waartegen hij geen klacht indiende). Klager heeft verklaard dat hij overal geslagen werd. Hij heeft slagen uitgedeeld, maar enkel uit zelfverdediging. Er waren meerdere vechtpartijen aan de gang en deze bleven maar duren. Hij heeft getracht de situatie te laten de-escaleren en werd zo aangevallen. Hij heeft toen veel slagen moeten incasseren. Zijn lip is kapot, hij heeft een blauw oog, hoofdpijn, … Klager had geen slechte bedoelingen. Zijn medegedetineerden hebben hem verkeerd begrepen toen hij tussengekomen is.
In de bestreden tuchtbeslissing werden uiteindelijk twee tuchtinbreuken van de eerste categorie aangekruist, met name de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde. Klager kreeg als sanctie 10 dagen ATV.
De klachtencommissie is van oordeel dat er een schending is van de zorgvuldigheidsplicht. Zo is het onduidelijk wat het aandeel van klager in het gevecht was. De directie schrijft ook dat klager uit zelfverdediging gehandeld zou kunnen hebben. Ook verklaart zij dat klager meerdere klappen heeft gekregen van meerdere medegedetineerden. De verwondingen van klager werden ook vastgesteld en besproken op de tuchtrechtelijke hoorzitting.
De klachtencommissie kan niet voorbijgaan aan het feit dat de verwondingen van klager op het eerste gezicht overeenstemmen met zijn versie van de feiten. De directie stelt in de tuchtbeslissing evenwel dat zij de openheid en eerlijkheid van klager apprecieert, maar zij het gebruik van fysiek geweld niet kan tolereren, ook al is dit uit wettige zelfverdediging.
Dat een gedetineerde echter fysiek geweld gebruikt, impliceert niet dat hij zich nooit zou kunnen beroepen op zelfverdediging, hierbij rekening houdend met de specifieke gevangeniscontext. Het komt hierbij toe aan de gevangenisdirectie om te motiveren waarom de door een gedetineerde toegebrachte verwondingen niet kunnen beschouwd worden als zelfverdediging, die het gestelde gedrag kan rechtvaardigen. Uit het verweer van de directie en de motivering van de tuchtbeslissing vloeit voort dat zij het gedrag van klager net als zelfverdediging kan beschouwen.
Uit het tuchtdossier blijkt evenmin of er verder onderzoek werd verricht (er werden geen camerabeelden bekeken, …). Op basis van al deze omstandigheden meent de klachtencommissie dat de directie niet aan zorgvuldige feitenvinding heeft gedaan en dus sprake is van een schending van de zorgvuldigheidsplicht. De klacht is bijgevolg gegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.
Klager werd onmiddellijk onder voorlopige maatregel geplaatst (beslissing waartegen hij geen klacht indiende). Klager heeft verklaard dat hij overal geslagen werd. Hij heeft slagen uitgedeeld, maar enkel uit zelfverdediging. Er waren meerdere vechtpartijen aan de gang en deze bleven maar duren. Hij heeft getracht de situatie te laten de-escaleren en werd zo aangevallen. Hij heeft toen veel slagen moeten incasseren. Zijn lip is kapot, hij heeft een blauw oog, hoofdpijn, … Klager had geen slechte bedoelingen. Zijn medegedetineerden hebben hem verkeerd begrepen toen hij tussengekomen is.
In de bestreden tuchtbeslissing werden uiteindelijk twee tuchtinbreuken van de eerste categorie aangekruist, met name de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde. Klager kreeg als sanctie 10 dagen ATV.
De klachtencommissie is van oordeel dat er een schending is van de zorgvuldigheidsplicht. Zo is het onduidelijk wat het aandeel van klager in het gevecht was. De directie schrijft ook dat klager uit zelfverdediging gehandeld zou kunnen hebben. Ook verklaart zij dat klager meerdere klappen heeft gekregen van meerdere medegedetineerden. De verwondingen van klager werden ook vastgesteld en besproken op de tuchtrechtelijke hoorzitting.
De klachtencommissie kan niet voorbijgaan aan het feit dat de verwondingen van klager op het eerste gezicht overeenstemmen met zijn versie van de feiten. De directie stelt in de tuchtbeslissing evenwel dat zij de openheid en eerlijkheid van klager apprecieert, maar zij het gebruik van fysiek geweld niet kan tolereren, ook al is dit uit wettige zelfverdediging.
Dat een gedetineerde echter fysiek geweld gebruikt, impliceert niet dat hij zich nooit zou kunnen beroepen op zelfverdediging, hierbij rekening houdend met de specifieke gevangeniscontext. Het komt hierbij toe aan de gevangenisdirectie om te motiveren waarom de door een gedetineerde toegebrachte verwondingen niet kunnen beschouwd worden als zelfverdediging, die het gestelde gedrag kan rechtvaardigen. Uit het verweer van de directie en de motivering van de tuchtbeslissing vloeit voort dat zij het gedrag van klager net als zelfverdediging kan beschouwen.
Uit het tuchtdossier blijkt evenmin of er verder onderzoek werd verricht (er werden geen camerabeelden bekeken, …). Op basis van al deze omstandigheden meent de klachtencommissie dat de directie niet aan zorgvuldige feitenvinding heeft gedaan en dus sprake is van een schending van de zorgvuldigheidsplicht. De klacht is bijgevolg gegrond.