Ga verder naar de inhoud

KC38/25-0031

Fondée KC - Dendermonde-Hulp Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire Fouille à corps
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING

De directie moet in de beslissing tot fouillering op het lichaam motiveren waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De individuele aanwijzingen moeten bovendien geconcretiseerd worden. Dit principe werd al meermaals bevestigd door de beroepscommissie bij de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en blijkt ook duidelijk uit de formulering van het door de directie in te vullen sjabloon.
De klachtencommissie kan uit de motivering van de beslissing tot fouille aan het lichaam niet afleiden hoe klager zich verdacht gedroeg en waarom onderzoek aan de kledij onvoldoende zou zijn.
Om deze redenen is de klacht gegrond.

De onderbrenging in de beveiligde cel is enkel mogelijk in geval van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch het RAD, noch de motivering van de voorlopige maatregel verwijzen naar een situatie waarin klager een gevaar betekende voor de fysieke integriteit van zichzelf of van anderen of dat hij beschadigingen heeft aangebracht of dat dreigde te doen. Dat klager zijn medewerking niet verleende aan de naaktfouilles kan een gevaar van de orde uitmaken aangezien daarmee een toestand bedoeld wordt waarin de gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen of het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis maar in dat geval kan een gedetineerde niet worden geplaatst in de beveiligde cel.
Om deze redenen is de klacht tegen de voorlopige maatregel gegrond.

De directie stelt in haar motivering dat er geen verboden substanties werden gevonden zodat klager het voordeel van de twijfel krijgt. Toch werd de tuchtinbreuk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ weerhouden.
De directie stelt in haar motivering dat het doorgeven van tabak een inbreuk is op het HHR maar verduidelijkt niet over welke bepaling van het huishoudelijk reglement dit gaat.
De tuchtbeslissing beantwoordt niet aan de motiveringsverplichting uit art. 8 van de Basiswet.
De klacht is om deze redenen gegrond.

De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde werden genomen. Tucht valt ontegensprekelijk onder de verantwoordelijkheid van de directeur. De klachtencommissie meent dat hiertoe ook behoort de correcte weergave van de tuchtbeslissingen in het tuchtregister van gedetineerden.
Klager beklaagt zich over het advies aan de DDB, waarin verwezen wordt naar bezit van verboden substanties. De directeur erkende ook dat dit op deze manier in het advies geschreven was. Dit staat haaks op wat er in de motivering van de tuchtbeslissing stond. Daarin kreeg klager het voordeel van de twijfel. Er werden ook geen verboden substanties op het lichaam van klager aangetroffen.
De klachtencommissie besluit hierboven dat de tuchtbeslissing onder andere om deze reden vernietigd dient te worden. De vernietiging van de tuchtbeslissing impliceert dat zij geacht wordt nooit te hebben bestaan en had de vermelding van het drugsbezit nooit in het advies mogen staan.