KC38/25-0023
Non fondée
KC - Dendermonde-Hulp
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - ARBEID - PERSONEEL
De eerste klacht betreft de tuchtbeslissing van 25/04/2025. Klager stelt zich de vraag hoe hij de ‘goede werking’ van de instelling in gevaar kan brengen als ze zelf toegeven dat de instelling niet goed werkt?
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf toe dat hij gefrustreerd rondloopt waardoor hij gevloekt heeft en commentaar is blijven geven, nadat de beambte hem vroeg om door de MDP te lopen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De tuchtsanctie was wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de feiten.
Het tweede klachtenformulier gaat over de afzetting van werk. Klager stelt dat hij werd afgezet als hovenier, maar niet weet wanneer hij is ontslagen. Het is hem enkel op 09/05/2025 meegedeeld door een beambte. Volgende reden zou aan klager meegedeeld zijn: “het staat ergens geschreven dat als je meer dan drie dagen ATV hebt, je automatisch je werk kwijt bent”. Klager meent dat dit noch in het huishoudelijk reglement, noch in het arbeidscontract, noch in de tuchtbeslissing staat. Klager werd op 09/05/2025 verplicht om een papier te ondertekenen omdat hij anders geen nieuw werk zou kunnen krijgen. Hij vindt dit chantage.
De klachtencommissie stelt vast dat de richtlijnen waarnaar klager verwijst, bepalen dat de gedetineerde om die reden niet terug aan het werk kan en dit hem duidelijk mondeling of schriftelijk moet worden meegedeeld. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel mondeling nam en de gedetineerde hiervan op 09/05/2025 mondeling op de hoogte werd gebracht door een penitentiaire beambte, wat klager ook zelf in zijn klacht bevestigt. De beslissing tot afzetting van werk is niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk.
De eerste klacht betreft de tuchtbeslissing van 25/04/2025. Klager stelt zich de vraag hoe hij de ‘goede werking’ van de instelling in gevaar kan brengen als ze zelf toegeven dat de instelling niet goed werkt?
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf toe dat hij gefrustreerd rondloopt waardoor hij gevloekt heeft en commentaar is blijven geven, nadat de beambte hem vroeg om door de MDP te lopen. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De tuchtsanctie was wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de feiten.
Het tweede klachtenformulier gaat over de afzetting van werk. Klager stelt dat hij werd afgezet als hovenier, maar niet weet wanneer hij is ontslagen. Het is hem enkel op 09/05/2025 meegedeeld door een beambte. Volgende reden zou aan klager meegedeeld zijn: “het staat ergens geschreven dat als je meer dan drie dagen ATV hebt, je automatisch je werk kwijt bent”. Klager meent dat dit noch in het huishoudelijk reglement, noch in het arbeidscontract, noch in de tuchtbeslissing staat. Klager werd op 09/05/2025 verplicht om een papier te ondertekenen omdat hij anders geen nieuw werk zou kunnen krijgen. Hij vindt dit chantage.
De klachtencommissie stelt vast dat de richtlijnen waarnaar klager verwijst, bepalen dat de gedetineerde om die reden niet terug aan het werk kan en dit hem duidelijk mondeling of schriftelijk moet worden meegedeeld. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel mondeling nam en de gedetineerde hiervan op 09/05/2025 mondeling op de hoogte werd gebracht door een penitentiaire beambte, wat klager ook zelf in zijn klacht bevestigt. De beslissing tot afzetting van werk is niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk.