Ga verder naar de inhoud

KC38/25-0020

Fondée Irrecevable KC - Dendermonde-Hulp Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière Disciplinaire Mesure d'ordre Fouille à corps
TUCHT - ORDEMAATREGEL - FOUILLE OP HET LICHAAM - TEGEMOETKOMING

De klacht betreft een fouille op het lichaam, tuchtbeslissingen, bijzondere veiligheidsmaatregelen (hierna: BVM), ordemaatregelen en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp.

Over de fouille op het lichaam: de klachtencommissie onderschrijft het belang en de noodzaak om naaktfouilles te bevelen ter vrijwaring van de veiligheid in de inrichting. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de directie niet vermeldt waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om de onbekende voorwerpen of substanties te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De klacht is kennelijk gegrond.

De klachtencommissie kent aan klager daarom de volgende tegemoetkoming toe: het kosteloos verkrijgen van 1 dag tv op cel, door de directie te organiseren binnen een termijn van één maand vanaf de betekening van deze beslissing.

Over de tuchtbeslissing: wat betreft de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” stelt de klachtencommissie vast dat de directie geen melding maakt (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. De klachtencommissie stelt tevens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt welke bepalingen van het huishoudelijk reglement het precies betreft. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voornoemde kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” daar de bepalingen van het huishoudelijk reglement die volgens de directie geschonden waren niet werden aangeduid. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.

De directie kon de feiten wel omschrijven als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. De directie mag in haar motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. De klachtencommissie kan aan klager voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 30 dagen ATV opgelegd. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting over als streng, maar passend. Om bovenstaande redenen, is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.

Over de afzetting van werk: dit betreft geen “feitelijk gegeven”, maar een afzetting van werk die automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing. Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk.

Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Klager werd niet op de hoogte gesteld van de motieven van de beslissing tot afzetting van werk. Om deze redenen is de klacht gegrond.

Over de ordemaatregelen en BVM: klager geeft aan een klacht in te dienen tegen ordemaatregelen van 18 en 20/04/2025 en tegen BVM’s van 18 en 20/04/2025. Er zijn volgens de directie van de gevangenis van Dendermonde-Hulp geen ordemaatregelen en BVM’s voorhanden. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.