KC34/25-0040
Non fondée
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ONTSLAG
- Over de tuchtbeslissing
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf toe dat hij zich bevond in een ruimte waar hij niet had mogen zijn op dat moment, namelijk in de wasserij, en stelt hij zelf dat hij zijn medegedetineerde geslagen heeft, weliswaar uit zelfverdediging. De klachtencommissie is van oordeel dat het provoceren door een medegedetineerde nog geen reden is om met geweld te antwoorden. Er is geen sprake van wettige zelfverdediging. Voor het bewezen verklaren van de tuchtrechtelijke inbreuk is het daarnaast irrelevant of klager het gevecht al dan niet heeft geïnitieerd. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde straf.
- Over de afzetting van werk
De klachtencommissie stelt vast dat het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Hoogstraten bepaalt dat de directeur een tewerkstelling kan beëindigen indien de gedetineerde niet beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten of indien hij zonder geldige reden afwezig is. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager zich heeft begeven op een plaats waar hij op dat moment niet mocht zijn, en zo misbruik heeft gemaakt van zijn vrije doorgang als OMG-medewerker. Uit de observatiefiche van klager blijkt bovendien dat klager recent opdrachten niet of onvolledig heeft uitgevoerd en hierover aangesproken werd. Hieruit besluit de klachtencommissie dat klager inderdaad niet meer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten en misbruik heeft gemaakt van zijn vrije doorgang als OMG-medewerker. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de ontslagbeslissing correct heeft genomen en voldoende heeft gemotiveerd. Deze beslissing is dus niet onwettig.
- Over de tuchtbeslissing
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf toe dat hij zich bevond in een ruimte waar hij niet had mogen zijn op dat moment, namelijk in de wasserij, en stelt hij zelf dat hij zijn medegedetineerde geslagen heeft, weliswaar uit zelfverdediging. De klachtencommissie is van oordeel dat het provoceren door een medegedetineerde nog geen reden is om met geweld te antwoorden. Er is geen sprake van wettige zelfverdediging. Voor het bewezen verklaren van de tuchtrechtelijke inbreuk is het daarnaast irrelevant of klager het gevecht al dan niet heeft geïnitieerd. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde straf.
- Over de afzetting van werk
De klachtencommissie stelt vast dat het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Hoogstraten bepaalt dat de directeur een tewerkstelling kan beëindigen indien de gedetineerde niet beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten of indien hij zonder geldige reden afwezig is. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager zich heeft begeven op een plaats waar hij op dat moment niet mocht zijn, en zo misbruik heeft gemaakt van zijn vrije doorgang als OMG-medewerker. Uit de observatiefiche van klager blijkt bovendien dat klager recent opdrachten niet of onvolledig heeft uitgevoerd en hierover aangesproken werd. Hieruit besluit de klachtencommissie dat klager inderdaad niet meer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten en misbruik heeft gemaakt van zijn vrije doorgang als OMG-medewerker. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de ontslagbeslissing correct heeft genomen en voldoende heeft gemotiveerd. Deze beslissing is dus niet onwettig.