Ga verder naar de inhoud

KC34/25-0008

Non fondée KC - Hoogstraten Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL – ARBEID – ONTSLAG

Klager dient klacht in tegen zijn ontslag. Hij schrijft dat er leugens in het RAD staan en dat hij pas 7 dagen later op de hoogte is gesteld van het RAD. Hij mocht geen weerwoord geven en kreeg samen met het RAD onmiddellijk de papieren van het ontslag.

De directie motiveerde waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde eisen. Zo stelde de directie vast dat het werk van klager niet voldeed aan de gevraagde kwaliteit en bovendien weinig bereidheid toonde om zijn gedrag bij te sturen. Ook reageerde klager verbaal negatief op feedback van de verantwoordelijke. De klachtencommissie begrijpt dat de directie in dit licht besloot dat klager niet langer geschikt is voor de arbeidspost. Bovendien bevond klager zich op het moment van het ontslag nog in een proefperiode, waardoor het voor de directie mogelijk was om op basis van deze vaststellingen uit het RAD te besluiten dat klager niet geschikt is voor de job. Echter werd klager pas een week na het opstellen van het RAD op de hoogte gebracht. Artikel 144, §1 van de Basiswet bepaalt inderdaad dat een RAD zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen zeven dagen aan de directie dient te worden bezorgd. Hoewel het aan de late kant is, werd de beslissing nog binnen de zeven dagen gecommuniceerd.

Uit de bijkomende informatie blijkt dat klager niet is gaan werken tussen het opstellen van het RAD en de ontslagbeslissing, maar dit omdat hij in die periode niet meer was ingepland. Er is dus geen aanwijzing dat de ontslagbeslissing zou zijn genomen vooraleer het RAD aan de directeur werd betekend en dus door een persoon die niet bevoegd is om deze beslissing te nemen.

De klachtencommissie besluit dan ook dat de ontslagbeslissing niet onredelijk of onwettig was. Om die redenen is de klacht ongegrond.