KC34/24-0009
Fondée
Irrecevable
KC - Hoogstraten
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
TUCHT - EXTERNE RECHTSPOSITIE
De klacht betreft een tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Hoogstraten en het intrekken van uitgaansvergunningen.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie meent echter wel dat de kwalificatie als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” niet bewezen is door de directie. De klachtencommissie merkt op dat de directie geen melding (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) maakt van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. Deze kwalificatie kan dus niet weerhouden worden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als de overige kwalificaties. De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 14 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 14 dagen ATV bovendien ook niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de geringe impact ervan en de maximumsanctie die de directie kon opleggen.
Hoewel dit een uiterst summiere motivering betreft, meent de klachtencommissie dat op voldoende wijze blijkt waarom aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd. Bovendien werd de voorgaande voorlopige maatregel correct in mindering gebracht. De klacht is bijgevolg gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
Over de UV: de directie is van mening dat de klacht niet ontvankelijk is omdat het geen individuele beslissing van de directeur betreft. Bij het intrekken van de UVs komt de directie niet tussen. Aldus kan de klachtencommissie uit de klacht van klager geen beslissing van de directeur ontwaren en is de klachtencommissie niet bevoegd. Bij gebreke aan een beslissing door of namens de directie, is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
De klacht betreft een tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Hoogstraten en het intrekken van uitgaansvergunningen.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie meent echter wel dat de kwalificatie als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” niet bewezen is door de directie. De klachtencommissie merkt op dat de directie geen melding (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) maakt van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. Deze kwalificatie kan dus niet weerhouden worden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als de overige kwalificaties. De eerste kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 14 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 14 dagen ATV bovendien ook niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de geringe impact ervan en de maximumsanctie die de directie kon opleggen.
Hoewel dit een uiterst summiere motivering betreft, meent de klachtencommissie dat op voldoende wijze blijkt waarom aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd. Bovendien werd de voorgaande voorlopige maatregel correct in mindering gebracht. De klacht is bijgevolg gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
Over de UV: de directie is van mening dat de klacht niet ontvankelijk is omdat het geen individuele beslissing van de directeur betreft. Bij het intrekken van de UVs komt de directie niet tussen. Aldus kan de klachtencommissie uit de klacht van klager geen beslissing van de directeur ontwaren en is de klachtencommissie niet bevoegd. Bij gebreke aan een beslissing door of namens de directie, is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk.