Ga verder naar de inhoud

KC34/23-0021

Non fondée Fondée KC - Hoogstraten Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Mesure d'ordre
VOORLOPIGE MAATREGEL - ORDEMAATREGEL - TUCHT

Het gaat om een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel bestaande uit:
- het verblijf in de toegewezen verblijfsruimte
- ontnemen of onthouden van volgende voorwerpen: telefoon (belverbod)
- uitsluiting van deelname aan volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten; alle gemeenschappelijke activiteiten
Uit deze motivering kan de klachtencommissie niet afleiden welk gevaar of aantasting zich voordeed volgens artikel 145 Basiswet aangezien dit op het formulier niet werd aangekruist. Er wordt ook niet verduidelijkt waarom een belverbod nodig is naar aanleiding van de vechtpartij en waarom een uitsluiting van alle gemeenschappelijke activiteiten zich opdringt.
De klachtencommissie stelt ook vast dat de voorlopige maatregel genomen werd door een personeelslid. Hierbij werd de regeling voorzien in de CB nr. 124 niet nageleefd aangezien het de hoedanigheid van het degene die ondertekende niet vermeldt.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.

De directie gaf aan dat er geen schriftelijke ontslagbeslissing werd genomen maar dat de beslissing enkel mondeling werd meegedeeld.
De klachtencommissie besluit daarom, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke materiële motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund.
Bij gebreke aan dossier of een document met betrekking tot het ontslag van klager (behoudens enkele summiere vermeldingen in het verweer van de directie), kan de klachtencommissie geen daadwerkelijke en effectieve controle uitoefenen op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van deze bestreden beslissing.
De klacht tegen de ontslagbeslissing is gegrond.

Klager kreeg in voorliggende zaak 5 dagen ATV voorwaardelijk omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’. Het rapport aan de directeur is duidelijk en spreekt over een schermutseling dat uitmondde in een handgemeen waarbij het personeel tussen beide kwam. Klager erkent ook in zijn klacht zichzelf verdedigd te hebben. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk bewezen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuk een maximale tuchtsanctie van 30 dagen ATV krijgen. Hij kreeg 5 dagen ATV wat de klachtencommissie als een redelijke en proportionele tuchtsanctie overkomt.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.