Ga verder naar de inhoud

KC33/26-0031

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarbij hij werd gesanctioneerd wegens het bezit van een gsm.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het rapport aan de directeur (RAD) duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door een getuige, met name een directielid. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager dat de gsm van hem is. Hij verklaarde dat hij dit enkel heeft gezegd zodat het bezoek van zijn celgenoot kon doorgaan. De klachtencommissie besluit dat de directie zich in het kader van de tuchtprocedure kon baseren op de eerste verklaring van klager waarin hij zelf toegeeft in het bezit te zijn van een gsm. Het feit dat klager achteraf zijn verklaring heeft aangepast, mogelijks omdat hij besefte dat hij zelf een tuchtsanctie riskeerde, doet hier geen afbreuk aan. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De klacht is ongegrond.