TUCHT
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 09/03/2026 van de directie van de gevangenis van Wortel.
De directie heeft een tuchtsanctie van 9 dagen strafcel voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” opgelegd.
In dit dossier heeft de directie zich voor het bewijs van de tuchtinbreuk in eerste instantie gesteund op het rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen. De klachtencommissie acht de kwalificatie ook correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van negen dagen opsluiting in een strafcel. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden en een zware, maar geen onredelijke, straf van negen dagen strafcel heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 09/03/2026 van de directie van de gevangenis van Wortel.
De directie heeft een tuchtsanctie van 9 dagen strafcel voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” opgelegd.
In dit dossier heeft de directie zich voor het bewijs van de tuchtinbreuk in eerste instantie gesteund op het rapport aan de directeur (RAD). De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen. De klachtencommissie acht de kwalificatie ook correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van negen dagen opsluiting in een strafcel. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden en een zware, maar geen onredelijke, straf van negen dagen strafcel heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.