TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT - TAAL
De directeur nam kennis van een RAD dat werd opgesteld over klager en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Uit het formulier mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure blijkt dat klager op 04.02.2026 werd uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting die op 05.02.2026 zou plaatsvinden. Klager wenste te worden bijgestaan door een advocaat en de naam van zijn advocaat werd op het formulier ingevuld. De optie om te worden bijgestaan door een tolk werd niet aangeduid. Uit de stukken blijkt verder dat de raadsman van klager op 04.02.2026 werd uitgenodigd. De klachtencommissie stelt vast dat de advocaat zijn aanwezigheid heeft bevestigd op 04.02.2026.
Klager is van oordeel dat deze tuchtbeslissing in strijd met zijn recht van verdediging werd uitgesproken omdat er geen tolk aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en omdat de hoorzitting is begonnen zonder zijn advocaat en zijn advocaat tijdens de hoorzitting ook niet werd toegelaten door de directie.
Uit de dossierstukken blijkt dat de advocaat van klager behoorlijk en tijdig werd opgeroepen. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt echter, en de advocaat van klager bevestigt dat ook, dat de advocaat van klager niet aanwezig was bij aanvang van de hoorzitting om 08u30. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat de directie om 08u40 heeft vastgesteld dat de advocaat van klager nog niet aanwezig was. Zij vroeg aan klager of hij het rapport wenste te behandelen zonder bijstand. Hierop heeft klager “Ja” geantwoord. De advocaat van klager vermeldde in de klacht dat hij aankwam in de gevangenis om 08u45. In bijkomende informatie opgevraagd door de klachtencommissie verklaarde de advocaat dat hij de gevangenis niet telefonisch op de hoogte heeft gebracht dat hij later zou zijn. De klachtencommissie besluit dat de advocaat op de hoogte was dat hij om 08u15 in de gevangenis moest zijn indien hij zijn cliënt voor de zitting, die zou aanvangen om 08u30, nog wou spreken, dat de advocaat van klager pas om 08u45 is aangekomen in de gevangenis, dat de directie niet op de hoogte was dat de advocaat van klager later zou zijn én dat klager ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van een advocaat. Dat de advocaat eens aangekomen in de gevangenis niet meer binnen mocht, is volgens de klachtencommissie puur om praktische redenen geweest aangezien de uitspraak al geweest was en klager heeft gezegd te willen starten zonder zijn advocaat. Bijgevolg was er geen reden meer om hem nog binnen te laten. De klachtencommissie besluit dat er geen schending is van het recht op bijstand van een advocaat.
Klager voert ook aan dat hij de ware toedracht niet heeft begrepen omdat hij de taal van de procedure niet begrijpt. Klager zou onvoldoende Nederlands kunnen. De klachtencommissie meent daarentegen dat dit niet blijkt uit het dossier. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat klager uitgebreid zijn verweer heeft kunnen voeren. Uit de uitnodiging voor de zitting blijkt bovendien dat hij geen bijstand van een tolk heeft gevraagd, hetgeen hij overigens nog nooit heeft gevraagd zoals blijkt uit de andere bijgebrachte zittingsuitnodigingen. Tot slot heeft de klachtencommissie van klager al een klacht ontvangen die in het Nederlands werd opgesteld.
De klachtencommissie besluit dat klager zijn recht op verdediging niet werd geschonden. De klacht is ongegrond.
De directeur nam kennis van een RAD dat werd opgesteld over klager en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Uit het formulier mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure blijkt dat klager op 04.02.2026 werd uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting die op 05.02.2026 zou plaatsvinden. Klager wenste te worden bijgestaan door een advocaat en de naam van zijn advocaat werd op het formulier ingevuld. De optie om te worden bijgestaan door een tolk werd niet aangeduid. Uit de stukken blijkt verder dat de raadsman van klager op 04.02.2026 werd uitgenodigd. De klachtencommissie stelt vast dat de advocaat zijn aanwezigheid heeft bevestigd op 04.02.2026.
Klager is van oordeel dat deze tuchtbeslissing in strijd met zijn recht van verdediging werd uitgesproken omdat er geen tolk aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en omdat de hoorzitting is begonnen zonder zijn advocaat en zijn advocaat tijdens de hoorzitting ook niet werd toegelaten door de directie.
Uit de dossierstukken blijkt dat de advocaat van klager behoorlijk en tijdig werd opgeroepen. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt echter, en de advocaat van klager bevestigt dat ook, dat de advocaat van klager niet aanwezig was bij aanvang van de hoorzitting om 08u30. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat de directie om 08u40 heeft vastgesteld dat de advocaat van klager nog niet aanwezig was. Zij vroeg aan klager of hij het rapport wenste te behandelen zonder bijstand. Hierop heeft klager “Ja” geantwoord. De advocaat van klager vermeldde in de klacht dat hij aankwam in de gevangenis om 08u45. In bijkomende informatie opgevraagd door de klachtencommissie verklaarde de advocaat dat hij de gevangenis niet telefonisch op de hoogte heeft gebracht dat hij later zou zijn. De klachtencommissie besluit dat de advocaat op de hoogte was dat hij om 08u15 in de gevangenis moest zijn indien hij zijn cliënt voor de zitting, die zou aanvangen om 08u30, nog wou spreken, dat de advocaat van klager pas om 08u45 is aangekomen in de gevangenis, dat de directie niet op de hoogte was dat de advocaat van klager later zou zijn én dat klager ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van een advocaat. Dat de advocaat eens aangekomen in de gevangenis niet meer binnen mocht, is volgens de klachtencommissie puur om praktische redenen geweest aangezien de uitspraak al geweest was en klager heeft gezegd te willen starten zonder zijn advocaat. Bijgevolg was er geen reden meer om hem nog binnen te laten. De klachtencommissie besluit dat er geen schending is van het recht op bijstand van een advocaat.
Klager voert ook aan dat hij de ware toedracht niet heeft begrepen omdat hij de taal van de procedure niet begrijpt. Klager zou onvoldoende Nederlands kunnen. De klachtencommissie meent daarentegen dat dit niet blijkt uit het dossier. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat klager uitgebreid zijn verweer heeft kunnen voeren. Uit de uitnodiging voor de zitting blijkt bovendien dat hij geen bijstand van een tolk heeft gevraagd, hetgeen hij overigens nog nooit heeft gevraagd zoals blijkt uit de andere bijgebrachte zittingsuitnodigingen. Tot slot heeft de klachtencommissie van klager al een klacht ontvangen die in het Nederlands werd opgesteld.
De klachtencommissie besluit dat klager zijn recht op verdediging niet werd geschonden. De klacht is ongegrond.