Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0073

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 15 oktober 2025 een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). Klager ontkent dat hij zijn celgenoot geslagen heeft, maar erkent dat er een discussie was waarbij er geduwd werd. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen overtuigende elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD, waarin er gesteld werd dat er tussen klager en zijn celgenoot enkele meppen werden uitgedeeld. De klachtencommissie vindt de inschatting van de directie dat zij op basis van het RAD voldoende informatie had en het daardoor niet nodig vond de andere gedetineerden van de cel te horen, redelijk. In de tuchtbeslissing wordt bovendien ook duidelijk gemotiveerd waarom de directie de medegedetineerden niet gehoord heeft.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd aan de hand van citering van de relevante passages uit het RAD.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 7 dagen ATV. In de klacht wordt het opleggen van een tuchtsanctie als disproportioneel en onbillijk beschreven, dit omdat klager herhaaldelijk melding zou hebben gemaakt van de spanningen tussen hem en zijn celgenoot bij de directie en de kwartierchef. De directie spreekt dit tegen in haar verweer en licht toe dat er, ondanks een actieve zoektocht hiernaar, nergens enige melding zoals beschreven door klager teruggevonden kan worden. De klachtencommissie ziet geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Uit het verslag van de tuchtzitting blijkt dat klager het probleem ‘gemeld heeft bij de directie die toen in verlof was’. Tijdens een gesprek met de directie nadien heeft klager er dan weer niets over gezegd. Gelet op deze elementen besluit de klachtencommissie dat het argument dat klager ‘herhaaldelijk melding zou hebben gemaakt van de spanningen tussen hem en zijn celgenoot’ ongeloofwaardig is. De opgelegde sanctie is wettelijk en redelijk.

De klacht is ongegrond.