Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0047

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING - SANCTIE

Met betrekking tot de eerste tuchtbeslissing heeft de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 4 juli 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager bedreigingen uitte ten aanzien van een beambte (“ik vind je buiten wel”, “wacht maar tot ik je buiten tegenkom, hier kan ik niets doen maar buiten kijk maar uit”, “ik schiet je neer”, “buiten ben ik maffia, ik schiet je neer”, “ik weet je naam”) wanneer deze hem naar zijn cel begeleidde. Er wordt een getuige vermeld. Ter tuchtzitting ontkende klager de feiten. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de geloofwaardigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 12 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

Met betrekking tot de tweede tuchtbeslissing heeft de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 7 juli 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager bedreigingen uitte ten aanzien van een beambte die zich in het centrum bevond. Hij zwaaide met zijn vingertje en zei “jij moet uitkijken jij”. Nadat de beambte uit het centrum komt en hem vraagt wat het probleem is zegt klager opnieuw “jij moet uitkijken met mij en ga je me aanvallen kom niet in mijn buurt”. Er worden twee getuigen vermeld. Ter tuchtzitting ontkende klager de feiten. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de geloofwaardigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 14 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en gelet op het gegeven dat klager recent nog gesanctioneerd werd voor gelijkaardige feiten, redelijk. De klacht is ongegrond.