TUCHT - WANDELING - VIDEOBELLEN
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Wortel.
Klager werd, met bijstand van zijn advocaat, op de tuchtrechtelijke hoorzitting gehoord. Hij heeft dan verklaard dat de wandeling die dag twee uur i.p.v. één uur had geduurd. Hij wist niet dat deze twee uur zou duren. Zijn raadsman benadrukt dat het een misverstand was. Hij was net iets te laat voor het videobellen met zijn vrouw.
Klager kreeg in voorliggende zaak een voorwaardelijke tuchtsanctie van een ontzegging/beperking van het recht om te telefoneren van 14 dagen, met name hij mag 14 dagen niet videobellen, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling.
Wat betreft de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” stelt de klachtencommissie vast dat de directie geen melding maakt (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. De klachtencommissie stelt tevens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt welke bepalingen van het huishoudelijk reglement het precies betreft. De klachtencommissie benadrukt het belang van de motivering van de beslissingen die genomen worden op basis van de Basiswet.
Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voornoemde kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” daar de bepalingen van het huishoudelijk reglement die volgens de directie geschonden waren niet werden aangeduid. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden.
Bovendien kreeg klager een voorwaardelijke tuchtsanctie van “14 dagen niet videobellen” opgelegd. De klachtencommissie is van mening dat dit niet gelijkgesteld kan worden met de “ontzegging/beperking (te bepalen) van het recht om te telefoneren”. De klachtencommissie is van mening dat de tuchtsanctie derhalve onwettig is. Om deze redenen is de klacht gegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Wortel.
Klager werd, met bijstand van zijn advocaat, op de tuchtrechtelijke hoorzitting gehoord. Hij heeft dan verklaard dat de wandeling die dag twee uur i.p.v. één uur had geduurd. Hij wist niet dat deze twee uur zou duren. Zijn raadsman benadrukt dat het een misverstand was. Hij was net iets te laat voor het videobellen met zijn vrouw.
Klager kreeg in voorliggende zaak een voorwaardelijke tuchtsanctie van een ontzegging/beperking van het recht om te telefoneren van 14 dagen, met name hij mag 14 dagen niet videobellen, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling.
Wat betreft de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” stelt de klachtencommissie vast dat de directie geen melding maakt (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. De klachtencommissie stelt tevens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt welke bepalingen van het huishoudelijk reglement het precies betreft. De klachtencommissie benadrukt het belang van de motivering van de beslissingen die genomen worden op basis van de Basiswet.
Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voornoemde kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” daar de bepalingen van het huishoudelijk reglement die volgens de directie geschonden waren niet werden aangeduid. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden.
Bovendien kreeg klager een voorwaardelijke tuchtsanctie van “14 dagen niet videobellen” opgelegd. De klachtencommissie is van mening dat dit niet gelijkgesteld kan worden met de “ontzegging/beperking (te bepalen) van het recht om te telefoneren”. De klachtencommissie is van mening dat de tuchtsanctie derhalve onwettig is. Om deze redenen is de klacht gegrond.