TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook werd ondertekend door vier getuigen van het personeel. Uit dit RAD blijkt dat klager eerst verklaarde dat hij ‘zijn huis heeft getekend’ op het rapportbriefje, en nadien zijn verklaring verandert nadat de beambte vaststelt dat het grondplan op de gevangenis lijkt en er aangeduid staat dat er onder takken en zand iets verstopt zou liggen. De klachtencommissie stelt vast dat de beambten op dit aangeduide punt ook effectief een gsm en een oplader hebben gevonden. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De tweede verklaring van klager waarbij hij stelt dat dit plan en de opgespaarde medicatie niet van hem zijn, maar van celgenoten, doen geen afbreuk aan de bewezenverklaring van de feiten aangezien klager verantwoordelijk geacht wordt voor de spullen die aangetroffen worden op zijn cel. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de directie de tuchtbeslissing voldoende heeft gemotiveerd, zowel wat de inbreuk op het huishoudelijk reglement betreft als de gevonden gsm. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 15 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook werd ondertekend door vier getuigen van het personeel. Uit dit RAD blijkt dat klager eerst verklaarde dat hij ‘zijn huis heeft getekend’ op het rapportbriefje, en nadien zijn verklaring verandert nadat de beambte vaststelt dat het grondplan op de gevangenis lijkt en er aangeduid staat dat er onder takken en zand iets verstopt zou liggen. De klachtencommissie stelt vast dat de beambten op dit aangeduide punt ook effectief een gsm en een oplader hebben gevonden. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De tweede verklaring van klager waarbij hij stelt dat dit plan en de opgespaarde medicatie niet van hem zijn, maar van celgenoten, doen geen afbreuk aan de bewezenverklaring van de feiten aangezien klager verantwoordelijk geacht wordt voor de spullen die aangetroffen worden op zijn cel. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de directie de tuchtbeslissing voldoende heeft gemotiveerd, zowel wat de inbreuk op het huishoudelijk reglement betreft als de gevonden gsm. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 15 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.