KC33/25-0028
Non fondée
KC - Wortel
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL
De klacht betreft de voorlopige maatregel en de tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Wortel.
De klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Uit de motivering van de voorlopige maatregel blijkt duidelijk dat er sprake was van een gevecht tussen gedetineerden, hetgeen hen fysieke integriteit heeft aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Om die redenen is dit aspect van de klacht kennelijk ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien was er één getuige van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Klager haalde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting enkel aan dat hij niet begonnen zou zijn, maar de vaststellingen uit het RAD spreken dit tegen. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 14 dagen ATV en glasbezoek (13/03/2025 t.e.m. 27/03/2025). Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Daarnaast werd de duur van de voorlopige maatregel in mindering gebracht van de duur van de tuchtsanctie. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat klager al meermaals was verwittigd.
Om die redenen is dit aspect van de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht betreft de voorlopige maatregel en de tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Wortel.
De klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Uit de motivering van de voorlopige maatregel blijkt duidelijk dat er sprake was van een gevecht tussen gedetineerden, hetgeen hen fysieke integriteit heeft aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Om die redenen is dit aspect van de klacht kennelijk ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien was er één getuige van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Klager haalde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting enkel aan dat hij niet begonnen zou zijn, maar de vaststellingen uit het RAD spreken dit tegen. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 14 dagen ATV en glasbezoek (13/03/2025 t.e.m. 27/03/2025). Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Daarnaast werd de duur van de voorlopige maatregel in mindering gebracht van de duur van de tuchtsanctie. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat klager al meermaals was verwittigd.
Om die redenen is dit aspect van de klacht kennelijk ongegrond.