TUCHT
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 28/08/2024 van de directie van de gevangenis.
In het tuchtdossier is een RAD van 26/08/2024 voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 28/08/2024. Tijdens deze tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager meegedeeld dat hij het gat niet had gezien. Hij zit al maanden in de gevangenis en heeft geen problemen. Hij zoekt ook geen problemen. Hij zet uiteen dat het wel lastig is voor hem, hij moest verhuizen van cel en in hun nieuwe cel roken mensen en nu stinken zijn kleren. Op basis van het RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk: “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”. Klager kreeg een tuchtsanctie van 14 dagen ATV opgelegd.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op grond van het RAD de feiten niet bewezen kon achten. Er werd een gat gevonden in de cel van klager, maar het tuchtdossier verduidelijkt niet of klager al dan niet een celgenoot had, al lang verbleef in de cel, … De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de feitenvinding door de directie niet zorgvuldig gebeurde. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing dan ook onwettig. Zij stelt ook vast dat de tuchtsanctie van 14 dagen ATV onredelijk en onbillijk is. De klacht is om deze redenen gegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 28/08/2024 van de directie van de gevangenis.
In het tuchtdossier is een RAD van 26/08/2024 voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 28/08/2024. Tijdens deze tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager meegedeeld dat hij het gat niet had gezien. Hij zit al maanden in de gevangenis en heeft geen problemen. Hij zoekt ook geen problemen. Hij zet uiteen dat het wel lastig is voor hem, hij moest verhuizen van cel en in hun nieuwe cel roken mensen en nu stinken zijn kleren. Op basis van het RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk: “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”. Klager kreeg een tuchtsanctie van 14 dagen ATV opgelegd.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op grond van het RAD de feiten niet bewezen kon achten. Er werd een gat gevonden in de cel van klager, maar het tuchtdossier verduidelijkt niet of klager al dan niet een celgenoot had, al lang verbleef in de cel, … De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de feitenvinding door de directie niet zorgvuldig gebeurde. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing dan ook onwettig. Zij stelt ook vast dat de tuchtsanctie van 14 dagen ATV onredelijk en onbillijk is. De klacht is om deze redenen gegrond.