Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0100

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT

De klachten betreffen een voorlopige maatregel (hierna: VM) van 16/08/2024 en een tuchtbeslissing van 19/08/2024 van de directie van de gevangenis.

Wat betreft de klacht m.b.t. de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een VM opgelegd voor ‘een gevaar voor de orde of de veiligheid’. De volgende VM werd genomen: “uitsluiting van deelname aan volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten: alle gemeenschappelijke activiteiten”. De klachtencommissie is van oordeel dat uit voormelde beschrijving voldoende blijkt dat er sprake was van een gevaar voor de orde of veiligheid. Klager bedreigde en beledigde het personeel. De gedragsregels werden niet nageleefd door klager die noodzakelijk zijn voor het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis. De klachtencommissie meent dat hiermee ook voldoende gemotiveerd is waarom het onthouden van alle gemeenschappelijke activiteiten noodzakelijk was. De klachtencommissie acht de maatregelen dan ook wettelijk en redelijk.
De klacht betreffende de VM van 16/08/2024 is dan ook ongegrond.

Wat betreft de klachten m.b.t. de tuchtbeslissing:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RADs. Het eerste RAD van 16/08/2024 (feiten om 10.05 uur). Het tweede RAD van 16/08/2024 (feiten om 13.50 uur). Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/08/2024 verklaart klager dat hij niemand bedreigd heeft. Hij benadrukt nogmaals dat niemand in zijn cel mag komen als hij er niet is. Over de feiten m.b.t. zijn spiegel, verklaart hij dat de beambte liegt. De spiegel is gevallen op zijn lavabo, het was een ongeluk. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 17 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan: 1) de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RADs en de tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de twee RADs werden beschreven, voor waar en als voldoende bewezen aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. Hoewel de motivering zeer kort en helemaal niet uitgebreid is, voldoet deze volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien ze ingaat op de elementen waaruit de aantasting van de psychische integriteit (o.a. de verbale agressie en het niet-naleven van de instructies van het personeel) en het vernielen van andermans goederen (het vernielen van de spiegel in zijn cel) blijkt.

De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten die beschreven werden in de RADs door de directeur werden gekwalificeerd als zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen en als het opzettelijk vernielen van andermans goederen. Voormelde kwalificaties zijn tuchtvergrijpen van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 17 dagen ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 17 dagen ATV niet
onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de omvang van de feiten en de maximumsanctie die de directie kon opleggen.
Bovendien werd de voorgaande VM correct in mindering gebracht. Om deze redenen zijn de klachten niet gegrond.