KC33/24-0098
Fondée
Irrecevable
KC - Wortel
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - VEILIGHEIDSCEL - CAMERABEELDEN - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klachten betreffen een fouillering op het lichaam van 30/07/2024, een tuchtbeslissing van 01/08/2024 en een tuchtbeslissing van 19/08/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. de naaktfouille van 30/07/2024:
In het tuchtdossier is een RAD van 30/07/2024 (feiten om 20.15 uur) voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 01/08/2024. Tijdens deze tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager uitgelegd dat hij terugkwam van de wandeling en dat zijn celgenoot naar een andere cel wou overgeplaatst worden. Dit werd geweigerd. De celgenoot van klager heeft dan geslagen tegen zijn microgolfoven. Klager heeft vervolgens gebeld en gevraagd aan de beambten om naar een andere cel overgeplaatst te worden. Omdat hij nergens anders naartoe kon, heeft klager gevraagd om hem naar een veiligheidscel te brengen. De beambte heeft hem hardhandig aangepakt en klager zou dan pas tegengestribbeld hebben. Toen ze aankwamen in de veiligheidscel lag er iets op bed en de beambten hebben hem precies proberen te stikken. Klager heeft gevraagd aan de directie om de camerabeelden te bekijken.
Op basis van het RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk: “de opzettelijke aantasting van de orde”. Klager kreeg een tuchtsanctie van 5 dagen ATV opgelegd. Klager was tijden de tuchtrechtelijke hoorzitting stellig dat hij hardhandig aangepakt werd door de
beambten. Hij heeft trouwens zelf verzocht aan de beambten om overgeplaatst te worden naar een veiligheidscel omdat hij zich niet veilig voelde in zijn eigen cel. Volgens klager spraken de camerabeelden voor zich. Er rust op de directie geen verplichting om camerabeelden te bekijken, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het RAD. Klager haalde volgens de klachtencommissie echter voldoende elementen aan waardoor twijfel ontstond over of klager al dan niet de orde had aangetast of zelf hardhandig werd aangepakt door de beambten.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in dit geval wel degelijk verder onderzoek had moeten verrichten naar aanleiding van de argumenten die klager opwierp tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Er is sprake van een schending van de zorgvuldigheidsplicht in hoofde van de directie. Om deze redenen is de klacht gegrond.
Wat betreft de klachten m.b.t. de tuchtbeslissing van 19/08/2024:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RAD’s, één van 16/08/2024 en één van 19/08/2024. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/08/2024 heeft klager m.b.t. de eerste feiten verklaard dat hij een hongerstaking houdt omdat hij door een beambte in elkaar geslagen is. Hij heeft zijn cel
gebarricadeerd omdat de beambten hem in elkaar hebben geslagen. Klager benadrukt dat hij het recht heeft om te staken omdat ze hem slecht behandelen. Wat het bezitten van contant geld betreft, heeft klager verklaard dat hij zijn cash geld “nog liggen had”. Nadat de directie hem heeft gevraagd wat hij ermee ging doen, heeft klager verklaard dat hij het wou bijhouden.
Na het horen van klager werd door de directie een beslissing genomen. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 21 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) de wederrechtelijke ontvreemding van goederen, 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en 3) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
Naar het oordeel van de klachtencommissie bewijzen de RAD’s (en nadien de motivering van de tuchtbeslissing) echter op geen enkele manier dat klager wederechtelijk goederen heeft ontvreemd. De directie kon klager dan ook niet schuldig bevinden aan de tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie. De huidige tuchtbeslissing is dan ook onwettig en dient vernietigd te worden.
De directie kon klager op basis van de vondst van 100,00 euro contant geld op cel hoogstens schuldig bevinden aan een inbreuk van de tweede categorie, meer bepaald “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Op p. 13 van het huishoudelijk
reglement van de gevangenis van Wortel (versie 26 april 2023) wordt bepaald dat de gedetineerde niet het recht heeft om in de gevangenis contant geld te bezitten. Artikel 46 van de Basiswet is tevens van toepassing in casu.
De tuchtinbreuk “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” blijkt duidelijk uit het RAD van 16/08/2024 en uit de motivering van de tuchtbeslissing. Door zijn cel te barricaderen - wat de redenen van klager ook waren destijds - heeft hij geen gevolg gegeven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De directie heeft een tuchtsanctie van 21 dagen ATV van 16/08/2024 t.e.m. 06/09/2024 opgelegd in de veronderstelling dat zij deze sanctie voor maximum 30 dagen aan klager kon opleggen. De directie kon klager echter enkel schuldig achten aan tuchtinbreuken van de tweede categorie. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie is 15 dagen ATV. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 19/08/2024 in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als de wederrechtelijke ontvreemding van goederen.
De klachten betreffen een fouillering op het lichaam van 30/07/2024, een tuchtbeslissing van 01/08/2024 en een tuchtbeslissing van 19/08/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. de naaktfouille van 30/07/2024:
In het tuchtdossier is een RAD van 30/07/2024 (feiten om 20.15 uur) voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 01/08/2024. Tijdens deze tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager uitgelegd dat hij terugkwam van de wandeling en dat zijn celgenoot naar een andere cel wou overgeplaatst worden. Dit werd geweigerd. De celgenoot van klager heeft dan geslagen tegen zijn microgolfoven. Klager heeft vervolgens gebeld en gevraagd aan de beambten om naar een andere cel overgeplaatst te worden. Omdat hij nergens anders naartoe kon, heeft klager gevraagd om hem naar een veiligheidscel te brengen. De beambte heeft hem hardhandig aangepakt en klager zou dan pas tegengestribbeld hebben. Toen ze aankwamen in de veiligheidscel lag er iets op bed en de beambten hebben hem precies proberen te stikken. Klager heeft gevraagd aan de directie om de camerabeelden te bekijken.
Op basis van het RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk: “de opzettelijke aantasting van de orde”. Klager kreeg een tuchtsanctie van 5 dagen ATV opgelegd. Klager was tijden de tuchtrechtelijke hoorzitting stellig dat hij hardhandig aangepakt werd door de
beambten. Hij heeft trouwens zelf verzocht aan de beambten om overgeplaatst te worden naar een veiligheidscel omdat hij zich niet veilig voelde in zijn eigen cel. Volgens klager spraken de camerabeelden voor zich. Er rust op de directie geen verplichting om camerabeelden te bekijken, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het RAD. Klager haalde volgens de klachtencommissie echter voldoende elementen aan waardoor twijfel ontstond over of klager al dan niet de orde had aangetast of zelf hardhandig werd aangepakt door de beambten.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in dit geval wel degelijk verder onderzoek had moeten verrichten naar aanleiding van de argumenten die klager opwierp tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Er is sprake van een schending van de zorgvuldigheidsplicht in hoofde van de directie. Om deze redenen is de klacht gegrond.
Wat betreft de klachten m.b.t. de tuchtbeslissing van 19/08/2024:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RAD’s, één van 16/08/2024 en één van 19/08/2024. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/08/2024 heeft klager m.b.t. de eerste feiten verklaard dat hij een hongerstaking houdt omdat hij door een beambte in elkaar geslagen is. Hij heeft zijn cel
gebarricadeerd omdat de beambten hem in elkaar hebben geslagen. Klager benadrukt dat hij het recht heeft om te staken omdat ze hem slecht behandelen. Wat het bezitten van contant geld betreft, heeft klager verklaard dat hij zijn cash geld “nog liggen had”. Nadat de directie hem heeft gevraagd wat hij ermee ging doen, heeft klager verklaard dat hij het wou bijhouden.
Na het horen van klager werd door de directie een beslissing genomen. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 21 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) de wederrechtelijke ontvreemding van goederen, 2) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en 3) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
Naar het oordeel van de klachtencommissie bewijzen de RAD’s (en nadien de motivering van de tuchtbeslissing) echter op geen enkele manier dat klager wederechtelijk goederen heeft ontvreemd. De directie kon klager dan ook niet schuldig bevinden aan de tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie. De huidige tuchtbeslissing is dan ook onwettig en dient vernietigd te worden.
De directie kon klager op basis van de vondst van 100,00 euro contant geld op cel hoogstens schuldig bevinden aan een inbreuk van de tweede categorie, meer bepaald “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Op p. 13 van het huishoudelijk
reglement van de gevangenis van Wortel (versie 26 april 2023) wordt bepaald dat de gedetineerde niet het recht heeft om in de gevangenis contant geld te bezitten. Artikel 46 van de Basiswet is tevens van toepassing in casu.
De tuchtinbreuk “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” blijkt duidelijk uit het RAD van 16/08/2024 en uit de motivering van de tuchtbeslissing. Door zijn cel te barricaderen - wat de redenen van klager ook waren destijds - heeft hij geen gevolg gegeven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De directie heeft een tuchtsanctie van 21 dagen ATV van 16/08/2024 t.e.m. 06/09/2024 opgelegd in de veronderstelling dat zij deze sanctie voor maximum 30 dagen aan klager kon opleggen. De directie kon klager echter enkel schuldig achten aan tuchtinbreuken van de tweede categorie. De maximumsanctie voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie is 15 dagen ATV. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 19/08/2024 in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als de wederrechtelijke ontvreemding van goederen.