Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0075

Non fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 08/07/2024 van de directie van de gevangenis.

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 08/07/2024 een sanctie van 21 dagen ATV opgelegd voor de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen. De tuchtbeslissing is gebaseerd op een RAD van 05/07/2024. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 08/07/2024 heeft klager verklaard dat hij zijn oksels, zijn borsthaar en zijn schaamhaar had afgeschoren en dat het gewoon zeep was die op het bankje lag. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD van 05/07/2024. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werd beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.

Hoewel de motivering zeer kort en niet uitgebreid is, voldoet deze volgens de klachtencommissie aan de vereisten van art. 8 van de Basiswet, aangezien ze expliciet ingaat op de elementen waaruit de aantasting van de psychische integriteit blijkt. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten die beschreven werden in het RAD door de directeur werden gekwalificeerd als zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen. De kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 21 dagen
ATV valt nog steeds binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 21 dagen ATV bovendien ook niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gegeven de geringe impact ervan en de maximumsanctie die de directie kon opleggen. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.