Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0061

Fondée KC - Wortel Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing uitgesproken door de directie van de gevangenis.

Aanleiding was het RAD waarin een beambte rapporteerde dat klager samen met zijn celgenoten vanaf 23u30 tot 05u30 lawaai veroorzaakten door luide muziek op te zetten, luidruchtig te lachen en praten en door te schreeuwen. De opsteller van het RAD had de gedetineerden meermaals gewaarschuwd maar zelfs bij de mededeling dat hij een RAD ging opmaken, stopten ze niet. De directeur nam kennis van het RAD en besloot een tuchtprocedure op te starten.

Klager werd met bijstand van een advocaat, gehoord tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de hoorzitting vast dat klager de schuld afschuift op één gedetineerde die een luide stem zou hebben. Hijzelf zou niet veel hebben gedaan. De klachtencommissie meent echter dat de vaststellingen van het personeel duidelijk zijn waardoor de directeur in redelijkheid en billijkheid de feiten kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De klachtencommissie, zich baserend op het verweer van de directie, is echter van oordeel dat de feiten eerder gekwalificeerd moeten worden als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel (twee tuchtinbreuken van tweede categorie). Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als de opzettelijke aantasting van de orde.
De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en de feiten gekwalificeerd dienen te worden als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.

De herkwalificatie heeft weliswaar geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV (en besliste om een voorheen opgelegde voorwaardelijke sanctie van drie dagen ATV te laten uitvoeren). Voor een
tuchtinbreuk van tweede categorie kan dit maximaal gedurende vijftien dagen opgelegd worden. De tuchtsanctie was dus wettig.
De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op de verschillende verwittigingen die klager kreeg.