TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing uitgesproken door de directie van de gevangenis.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Uit het rapport aan de directeur (RAD) blijkt dat de opsteller van het RAD een USB-stick zag liggen in de cel waar klager verbleef. In zijn klacht verklaarde klager dat hij deze USB-stick had gevonden en deze wilde afgeven aan een beambte. Het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement is een tuchtinbreuk van tweede categorie.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager verklaarde dat hij de USB-stick onbewust had meegenomen van de wandeling toen hij deze had gevonden. Klager heeft getest of de USB-stick nog werkte, hetgeen niet het geval was waarna klager vergeten was dat de stick nog op cel lag. De klachtencommissie besluit dat het onomstotelijk vast staat dat klager in het bezit was van een verboden voorwerp, ook al was de USB-stick initieel niet van hem. Het feit dat klager nog heeft getest of de USB-stick werkte, maakt zijn verklaring ongeloofwaardig. Als hij de USB-stick als eerlijke vinder louter wou afgeven aan het personeel, had hij dat meteen moeten doen.
Klager heeft voor deze tuchtinbreuk van tweede categorie vijftien dagen ATV opgelegd gekregen.
Dit is een wettige sanctie aangezien vijftien dagen ATV de maximale sanctie is die opgelegd kan worden voor een tuchtinbreuk van tweede categorie. De klachtencommissie meent dat de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk was aangezien de klachtencommissie in zijn tuchtregister vaststelt dat hij een maand eerder nog werd gesanctioneerd voor het bezit van een verdachte substantie.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing uitgesproken door de directie van de gevangenis.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Uit het rapport aan de directeur (RAD) blijkt dat de opsteller van het RAD een USB-stick zag liggen in de cel waar klager verbleef. In zijn klacht verklaarde klager dat hij deze USB-stick had gevonden en deze wilde afgeven aan een beambte. Het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement is een tuchtinbreuk van tweede categorie.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager verklaarde dat hij de USB-stick onbewust had meegenomen van de wandeling toen hij deze had gevonden. Klager heeft getest of de USB-stick nog werkte, hetgeen niet het geval was waarna klager vergeten was dat de stick nog op cel lag. De klachtencommissie besluit dat het onomstotelijk vast staat dat klager in het bezit was van een verboden voorwerp, ook al was de USB-stick initieel niet van hem. Het feit dat klager nog heeft getest of de USB-stick werkte, maakt zijn verklaring ongeloofwaardig. Als hij de USB-stick als eerlijke vinder louter wou afgeven aan het personeel, had hij dat meteen moeten doen.
Klager heeft voor deze tuchtinbreuk van tweede categorie vijftien dagen ATV opgelegd gekregen.
Dit is een wettige sanctie aangezien vijftien dagen ATV de maximale sanctie is die opgelegd kan worden voor een tuchtinbreuk van tweede categorie. De klachtencommissie meent dat de sanctie bovendien niet onredelijk of onbillijk was aangezien de klachtencommissie in zijn tuchtregister vaststelt dat hij een maand eerder nog werd gesanctioneerd voor het bezit van een verdachte substantie.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.